EVOA: Europees Parlement en Raad bereiken voorlopig akkoord
Update 11 december: volledige tekst politiek akkoord beschikbaar
Na een aantal eerste toelichtingen (zie onderaan artikel) hebben we nu de finale teksten van het akkoord tussen de co-wetgevers ontvangen. Die kan u hier bekijken:
Zoals besproken tijdens de Arena Industry & Other Regulations van 6 december 2023 zullen EuRIC en Denuo in 2024 één of meerdere infosessies over de finale tekst organiseren.
Eerste berichten over compromis
Onderhandelaars van de Raad en het Europees Parlement zijn op 17 november 2023 tot een voorlopig politiek akkoord gekomen om de Europese verordening overbrenging afvalstoffen (EVOA) te herzien.
Doel van de herziene verordening is de transporten van problematisch afval naar buiten de EU terugdringen, de transportprocedures aanpassen aan de doelen van de circulaire economie, en de handhaving verbeteren.
De nieuwe procedures en controleregelingen moeten voorkomen dat deze overbrengingen een bedreiging vormen voor de volksgezondheid en het milieu, en het gebruik van afval als hulpbron in een circulaire economie bevorderen.
Beide instellingen moeten hun formele goedkeuring nog geven, maar hieronder alvast enkele belangrijke elementen:
Klimaatneutraliteit, een circulaire economie en nulverontreiniging werden toegevoegd aan de doelstellingen van de verordening.
De overbrenging van voor verwijdering bestemde afvalstoffen binnen de EU wordt verboden, tenzij na toestemming volgens de strikte procedure van voorafgaande schriftelijke kennisgeving en toestemming ("PIC") en in naar behoren gemotiveerde gevallen. Op afvalstoffen voor nuttige toepassing blijft de minder strenge procedure van de algemene informatieverplichtingen ("afvalstoffen van de groene lijst") van toepassing.
Het akkoord bevat een uitzondering voor de overbrenging van afvalstoffen die uitdrukkelijk bestemd zijn voor laboratoriumanalyse of experimentele proeven, indien de hoeveelheid niet meer dan 250 kg bedraagt. In dat geval gelden de algemene informatieverplichtingen van de verordening.
Voorafgaand aan de uitvoer, moeten kennisgevers binnen de EU en uitvoerders naar derde landen kennisgeving doen aan en schriftelijke bevestiging krijgen van de landen van verzending, bestemming en doorvoer. Die kennisgeving en alle overige documenten die volgens de verordening vereist zijn, moeten via een centraal elektronisch systeem van de Commissie worden ingediend en uitgewisseld.
Het akkoord bevat specifieke termijnen voor de kennisgevingsprocedure, voor verzoeken om aanvullende informatie door de bevoegde autoriteiten, en voor de besluiten van die autoriteiten over de geldigheid van de kennisgeving. De overeengekomen termijnen moeten buitensporige vertragingen in die procedures voorkomen en de bevoegde autoriteiten voldoende tijd geven om de documenten te verkrijgen en te beoordelen, en om verzoeken te behandelen en te beantwoorden.
De tekst bevat termijnen voor kennisgevers om de schriftelijke toestemming van de bevoegde autoriteiten te beantwoorden, en voor de ontvangende inrichting om de ontvangst van de afvalstoffen te melden bij de kennisgever en de bevoegde autoriteiten.
De Commissie moet het publiek toegang verlenen tot informatie over de overbrenging van afvalstoffen, door op haar website gegevens daarover te publiceren en deze regelmatig bij te werken.
Het akkoord behoudt het verbod op de uitvoer van voor verwijdering bestemde afvalstoffen naar derde landen en op de uitvoer van voor nuttige toepassing bestemde gevaarlijke afvalstoffen naar niet-OESO-landen.
Voor overbrengingen naar landen buiten de EU kwamen Raad en Parlement overeen dat de afvalbeheerinrichtingen in het land van bestemming door onafhankelijke instanties moeten worden gecontroleerd. De controles moeten laten zien of de inrichtingen afval op een milieuhygiënisch verantwoorde wijze verwerken. Alleen als dat zo is, zullen exploitanten afval naar deze inrichtingen mogen uitvoeren.
De Commissie moet een register opzetten met actuele informatie over gecontroleerde inrichtingen, om uitvoerders van afvalstoffen te helpen de verzendingen voor te bereiden.
De regels voor de uitvoer van kunststofafval naar derde landen worden aangescherpt. Er komt met name een verbod op de uitvoer van ongevaarlijk kunststofafval (B3011) naar niet-OESO-landen. Niet-OESO-landen kunnen volgens het akkoord ten vroegste 5 jaar na de inwerkingtreding van de verordening bij de Commissie een verzoek indienen om aan te geven bereid te zijn om kunststofafval uit de EU in te voeren. Wordt dat verzoek positief beoordeeld, heft de Commissie met een gedelegeerde handeling het verbod voor deze landen op.
Ongevaarlijk kunststofafval mag naar OESO-landen worden uitgevoerd indien de PIC-kennisgevingsprocedure wordt gevolgd. In de tekst wordt de Commissie ertoe opgeroepen de uitvoer van kunststofafval naar OESO-landen strikt te monitoren, zodat dit geen ernstige gevolgen heeft voor het milieu of de gezondheid van de mens, en deze landen het uit de EU ingevoerde afval correct beheren.
De lidstaten worden ertoe opgeroepen doeltreffende, evenredige en afschrikkende sancties te bepalen voor schendingen van de verordening. Het kan hierbij gaan om boetes en de intrekking of tijdelijke schorsing van vergunningen voor afvalbeheer en -transport.
De lidstaten moeten ervoor zorgen dat de verordening daadwerkelijk wordt gehandhaafd via doeltreffende samenwerkingsmechanismen om op nationaal niveau en onderling nuttige informatie en goede praktijken uit te wisselen.
Er wordt een toezichtsgroep inzake overbrenging van afvalstoffen opgericht. Deze zou de samenwerking en de coördinatie tussen de lidstaten bij het voorkomen en opsporen van illegale overbrengingen faciliteren.
Volgende stappen
Het voorlopig akkoord wordt nu ter goedkeuring voorgelegd aan de vertegenwoordigers van de lidstaten in de Raad (het Coreper) en de Commissie milieubeheer van het Europees Parlement.
We hopen in de komende dagen de goedgekeurde teksten te krijgen waardoor de impact en de inwerkingtredingstermijn van de verschillende wijzigingen duidelijker zal worden.