Werkgroep kunststoffen in discussie over Europese dossiers
Een aantal Europese dossiers waarover de komende weken zal beslist worden, deden heel wat stof opwaaien tijdens de Werkgroep kunststoffen van 6 december.
Onlangs diende Noorwegen een voorstel in om de Basel Convention aan te passen. Daardoor zouden wellicht een aantal bijkomende kunststof afvalstromen, afhankelijk van hun zuiverheidsgraad, aan een notificatie worden onderworpen. Deze vraag tot aanpassen werd aan de werkgroep voorgelegd, samen met de voorstellen tot aanpassing die FEAD, in samenwerking met go4circle en andere Europese organisaties, reeds deed.
De discussie die ontstond omtrent de al dan niet duidelijkheid van het Noorse voorstel én de door FEAD voorgestelde aanpassing ervan toonde aan dat de meningen verdeeld zijn over een correcte interpretatie ervan. De leden vroegen zich ook af waar ze terecht kunnen in geval van twijfel. Er werd besloten, aan de hand van een aantal door de leden verzamelde, concrete cases, de Belgische interpretatie van het ingediende Noorse voorstel na te gaan door deze bij OVAM voor te leggen. Op een volgende werkgroep zullen de verschillende cases met hun respectievelijke interpretaties dan naast elkaar gelegd worden en kan de draagwijdte van de Noorse bijstelling van de Basel Convention wellicht beter ingeschat worden. Europa dient in elk geval tegen het einde van het jaar het ‘Europese standpunt’ te formuleren voor dit dossier.
Voor een ander Europees dossier, dat vrij laat gekomen is, maar dat perfect past in het huidige debat over zwerfvuil, marine litter en het éénmalige gebruik van kunststoffen, wil men bij Europa voor het einde van het jaar nog wetgeving: het dossier omtrent de ‘Single Use Plastics' (SUP’s).
De originele scope van de SUP-richtlijn was gericht op het voorkomen van marine litter en gebaseerd op extra regelgeving voor de 10 meest voorkomende producten die op Europese referentiestranden werden gevonden. Go4circle heeft echter in samenwerking met FEAD en nog een aantal andere Europese organisaties een argument aangebracht bij Europa om een verplichte Recycled Content van 25% op te leggen voor kunststof drankverpakkingen. Later werd in de plenaire zitting van het parlement dit percentage nog opgetrokken tot 35 % om enige onderhandelingsmarge te creëren. De federatie ondervindt dat het moeilijk is om het standpunt van het Parlement bij de Raad en de Commissie ingang te doen vinden vanwege verschillende zaken die in vraag worden gesteld zoals: garanties food contact, voldoende aanvoer van materiaal en of deze wetgeving de juiste plaats is voor het opnemen van een verplichte recycled content. De federatie is van mening dat er naast push-maatregelen waarmee we gedwongen worden minder te storten, minder te verbranden en meer te recycleren er ook pull-maatregelen nodig zijn om een broodnodige afzetmarkt voor onze recyclaten te creëren.
Tot slot wil Europa maatregelen nemen om de aanwezigheid van broomhoudende vlamvertragers te regulariseren via een aanpassing van de POP-verordening in Reach (Persistant Organic Polluents). De uitkomst van de onderhandelingen die momenteel plaatsvinden tussen de Europese Commissie, het Europees Parlement en de Europese Raad kan belangrijke gevolgen hebben voor recyclers van elektronische en elektrische apparatuur en afgedankte voertuigen. Het Europees Parlement volgde het standpunt van de Europese Commissie en stelde de grens voor broomhoudende vlamvertragers op 1000 ppm. Zij maakte echter een uitzondering voor de vlamvertrager decaBDE waarvoor zij de limiet afstelde op 10 ppm (10 mg/kilo). De Europese Raad koos een middenpositie en stelde 500 ppm als maximum gehalte voor.
Indien het Europees Parlement in deze haar slag thuishaalt, betekent dit wellicht het eind van WEEE-recycling aangezien recyclers een dermate laag gehalte zelfs niet kunnen meten.
Spannende tijden voor onze sector!