Afvalheffing op recyclageresidu's
Tussen de OVAM en een lid van Denuo rees een betwisting over een milieuheffing op recyclageresidu's. Het betreft in het bijzonder de milieuheffing van artikel 46, § 1, 19° van het materialendecreet op het overbrengen buiten Vlaanderen van afvalstoffen, met name al dan niet selectief ingezameld papier- en kartonafval, waarbij een restfractie wordt gestort of verbrand.
Het administratief beroep tegen de opgelegde milieuheffing werd door de Vlaamse minister voor Leefmilieu als ongegrond afgewezen. Hierop werd beroep aangetekend bij de rechtbank van eerste aanleg van Antwerpen. De argumenten tegen het verschuldigd zijn van de milieuheffing zijn:
Het Materialendecreet is niet van toepassing, aangezien het papier- en kartonafval volledig binnen en buiten het gewest wordt afgevoerd voor recyclage, zijnde nuttige toepassing.
De milieuheffing is gebaseerd op een arbitrair geraamd en fictief procentueel gemiddelde van het afval dat als recyclageresidu wordt meeverbrand.
De milieuheffing slechts wordt opgelegd aan één specifiek bedrijf.
De milieuheffing het vrij verkeer van goederen belemmert.
Deze rechtbank heeft de betwisting recent beoordeeld. De rechtbank volgt de bovenstaande argumenten niet en bevestigt de milieuheffing in het vonnis van 24 juni 2020.
20200713 - VONNIS REA A'pen dd. 24.06.2020.pdf
Wij beraden ons samen met het betrokken lid over de volgende juridische en lobby-stappen.