Berekening en controle van het gehalte aan gerecycleerde materialen in batterijen: ontwerp van een gedelegeerde handeling van de Europese Commissie
Het ontwerp van een gedelegeerde handeling van de Europese Commissie en de bijlage daarbij, gebaseerd op artikel 8 van de Batterijverordening (EU) 2023/1542, leggen de methode vast voor de berekening en verificatie van het gehalte aan gerecycleerd kobalt, lithium, nikkel en lood voor:
- industriële batterijen > 2 kWh (exclusief uitsluitend externe opslag);
- batterijen voor elektrische voertuigen;
- SLI-batterijen;
- LMT-batterijen.
Het project is gebaseerd op de studie van het JRC - « JRC study on harmonised rules for the calculation and verification of recycled content in batteries » - die hier eerder is besproken, en dit gedelegeerde besluit vormt de operationele omzetting in regelgeving van de methodologische opties die in deze studie worden gepresenteerd.
- Massabalans op locatieniveau
De Commissie hanteert een model voor de massabalans op installatieniveau, met volumetrische afstemming en toewijzing van kredieten voor de uitbesteding van de verwerking.
Concreet gezien vormt de productielocatie de grens van het systeem en niet de afzonderlijke fysieke partij. Het gerecycleerde materiaal wordt in principe evenredig verdeeld over alle uitgangsfracties die gedurende een periode van maximaal 12 maanden zijn geproduceerd, waarbij deze periode echter langer moet zijn dan de maximale verblijftijd van de metalen in het proces. Er wordt gebruikgemaakt van een voortschrijdend gemiddelde om het gedocumenteerde gerecycleerde materiaal aan elke partij toe te wijzen.
Deze methodologische keuze sluit aan bij de praktijken die al gangbaar zijn in de secundaire metaalsmeltindustrie, waar een strikte fysieke scheiding van gerecycleerde en nieuwe materiaalstromen technisch onmogelijk is (vermenging in de smelt, raffinage). Een model op basis van fysieke scheiding zou onevenredig hoge investeringskosten hebben opgelegd aan de metaalrecyclagesector.
- Contractueel kredietmechanisme (toll treatment)
In afwijking van de evenredige verdeling mag een exploitant een bovengemiddeld aandeel aan gerecycleerd materiaal toewijzen aan partijen die specifiek voor een partner bestemd zijn, mits er een geldige contractuele overeenkomst bestaat:
- Overeenkomst inzake loonverwerking (toll treatment) met een gelijkwaardige terugkoopverplichting.
- Meerpartijenovereenkomst met terugkoop verderop in de keten.
- Elke andere contractuele overeenkomst waaruit blijkt dat een overeengekomen hoeveelheid gerecycleerd materiaal is geleverd.
Zolang een dergelijke overeenkomst ontbreekt, kan geen gerecycleerde inhoud die boven het gemiddelde van de site ligt, worden toegeschreven aan een specifieke partij of productielijn.
- Correctiefactor voor recyclage binnen de EU
Tot en met 31 december 2036 kan een vermenigvuldigingsfactor van 1,3 worden toegepast op het aandeel gerecycleerd materiaal wanneer alle recyclagestappen (en niet alleen de laatste stap) zijn uitgevoerd in een installatie die in de EU is gevestigd en daar actief is (en voldoet aan de Europese wetgeving). Lood is uitgesloten en er moeten bepaalde strenge voorwaarden worden nageleefd (zie bijlage bij het ontwerp van de gedelegeerde handeling - link bovenaan het artikel). Deze factor is gerechtvaardigd vanuit het oogpunt van strategische veerkracht. Ze vormt een directe economische stimulans om de volledige keten van lithium-ion batterijen op Europees grondgebied te recycleren en te raffineren, in plaats van black mass te exporteren voor raffinage buiten de EU.
- Berekening en controleregels
Er wordt een methodologie toegepast op twee verschillende categorieën van uitgaande stromen, naargelang deze al dan niet onder een in aanmerking komende contractuele overeenkomst vallen.
De berekening verloopt in drie opeenvolgende stappen:
- De massa aan gerecycleerd materiaal bepalen die daadwerkelijk in de uitgangsfractie aanwezig is.
- Dit resultaat uitdrukken als percentage gerecycleerd materiaal.
- Het gedocumenteerde gehalte aan gerecycleerd materiaal over het gehele referentiejaar berekenen.
Wat betreft de verificatieregels, zoals uiteengezet in paragraaf 3 van de bijlage, ligt de verantwoordelijkheid bij gecertificeerde instanties. Deze moeten controleren of de ingangspartijen niet dubbel worden geteld, of de gebruikte identificatiegegevens consistent blijven tussen de opeenvolgende actoren in de waardeketen en of de gegevens die voor de berekeningen worden gebruikt, betrouwbaar en traceerbaar zijn. Bovendien moet bijzondere aandacht worden besteed aan de correcte toepassing van de regels voor krediettoekenning wanneer een in aanmerking komende contractuele overeenkomst wordt ingeroepen. Daartoe kunnen deze instanties, indien nodig, evaluatiebezoeken afleggen bij batterijfabrikanten, de producent van cellen, de producent van kathode-actieve stof, de producent van precursoren van deze actieve stof, alsmede bij de metaalveredelaar of -recycler.
Wij horen graag uw opmerkingen vóór 1 september aanstaande (de termijn voor de officiële raadpleging van de EC loopt tot 9 september 2026).