Code van Goede Praktijk TOP/CGR/CSV: violen zijn gelijk gestemd
De zoektocht naar een heldere, praktische en volledige Code van Goede Praktijk voor de werking van een TOP, CGR of CSV (*) loopt nu al meer dan een jaar. Naar aanleiding van de wijzigingen in hoofdstuk XIII van het VLAREBO die vanaf 1/4/2019 in voege zijn getreden, moest deze Code immers ook onder handen genomen worden. Na ettelijke meetings zitten we bijna op dezelfde lijn met de OVAM en VITO. Tijdens de bijeenkomst van 9/3/2020 werd ons beloofd dat de staalnamemethodes - zoals voorzien in de ontwerp-CMA/1/A.8 - zouden aangepast worden met onze opmerkingen. Wij hamerden ook op een grotere nadruk op de aangepaste staalname bij partijen bodemmaterialen waarvan vermoed wordt dat ze asbest bevatten.
Zoals eerder al geponeerd, werd nog eens afgesproken dat:
De beschrijving van de staalname in de (aangepaste) CMA zal staan.
De verplichtingen qua aantal stalen om tot een conform technisch verslag te komen in de (aangepaste) "standaardprocedure opmaak technisch verslag" te lezen zullen zijn.
De andere bepalingen in de Code van Goede Praktijk zullen blijven.
De bedoeling is om geen overlap te hebben.
Ten laatste na de Paasvakantie verwachten we de nieuwe ontwerpteksten.
(*) respectievelijk Tussentijdse Opslagplaats, Centrum voor Grondreiniging en Centrum voor Sedimentverwerking in kader van het beheer van bodemmaterialen.