Coronapremie: verduidelijking van de sociale en fiscale autoriteiten

UPDATE 22/12/21 : Administratieve instructies van de RSZ
De RSZ heeft in haar administratieve instructies bepaalde punten in verband met de coronapremie verduidelijkt.
Om te voorkomen dat bedrijven die voor elektronische consumptiecheques kiezen, bedrijfs-CAO of individuele akkoorden moeten sluiten, heeft Denuo ervoor gezorgd dat de CAO's die in de verschillende paritaire subcomités 142 worden gesloten, deze kwestie regelen.
U hoeft geen individuele akkoorden of ondernemings-CAO's te sluiten, tenzij u een coronapremie toekent tegen gunstiger voorwaarden dan die welke in de sector-CAO zijn vastgesteld.
Origineel artikel van 3/12/21
Naar aanleiding van enkele onnauwkeurigheden hebben de sociale en fiscale autoriteiten de coronapremie verduidelijkt. Bovendien wordt, gezien de krappe termijnen, een zekere tolerantie toegestaan voor de toekenning van de premie.
Sociale en fiscale tolerantie
Op sociaal vlak
Omwille van de rechtszekerheid hebben de ministers Vandenbroucke en Dermagne ervoor gekozen om de tolerantiemaatregel te bevestigen door middel van een wijziging van het RSZ-besluit.
Een ontwerp van KB tot wijziging van artikel 19quinquies van het RSZ-besluit werd voor spoedige behandeling voorgelegd aan het beheerscomité van de RSZ van vrijdag 26 november. De redenering is dat het tijdstip van de beslissing tot toekenning van de premie belangrijker is dan het tijdstip van de effectieve toekenning van de coronapremie. Daarmee wordt de term “uitgereikt” verduidelijkt (“de coronapremie kan worden uitgereikt tot 31 december 2021”). Het ontwerp van KB maakt een onderscheid tussen de uitreiking van de coronapremie enerzijds en de terbeschikkingstelling ervan anderzijds:
Onder uitreiking wordt verstaan de beslissing tot toekenning van en het ontstaan van het recht op een coronapremie op grond van de collectieve of individuele overeenkomst. De uitreiking moet uiterlijk op 31 december 2021 plaatsvinden.
Maar voor de terbeschikkingstelling door de uitreiker van de coronapremie aan de werknemer is er dan weer tijd tot 31 maart 2022.
Bovendien valt uit de overwegingen van het ontwerp van KB af te leiden dat die verlenging van 3 maanden geen enkele impact zal hebben op de berekening van de beschikbare maximummarge voor de periode 2023-2024.
Het beheerscomité van de RSZ bracht een gunstig advies uit over dat ontwerp van KB.
Bovendien wees de RSZ erop dat de coronapremie moet worden vermeld op de DmfA van het vierde kwartaal 2021 en op de sociale documenten (loonfiche, individuele rekening) van het jaar 2021.
Op fiscaal vlak
Ook op fiscaal vlak heeft de aanpassing van artikel 19quinquies, § 4, van het RSZ-besluit gevolgen. Artikel 63 van de wet van 18 juli 2021 houdende tijdelijke ondersteuningsmaatregelen ten gevolge van de COVID-19-pandemie bepaalt dat de coronapremie die overeenkomstig artikel 19quinquies, § 4, van het RSZ-besluit wordt toegekend, is vrijgesteld van inkomstenbelastingen. Dus ook de coronapremies die tussen 1 augustus en 31 december 2021 zijn toegekend maar pas in januari, februari of maart 2022 effectief ter beschikking zullen zijn voor de werknemer, zullen vrijgesteld zijn van inkomstenbelastingen.
Juridisch instrument voor de elektronische toepassing
Het RSZ-besluit bepaalt (artikel 19quinquies, § 3, 3°):
“de keuze voor consumptiecheques in een elektronische vorm wordt geregeld via een collectieve arbeidsovereenkomst op het niveau van de onderneming, eventueel binnen het kader van een sectorale collectieve arbeidsovereenkomst. Kan een dergelijke overeenkomst niet worden gesloten bij gebrek aan een vakbondsafvaardiging of gaat het om een personeelscategorie waarvoor het niet de gewoonte is dat deze door zulke overeenkomst wordt beoogd, dan wordt de keuze voor consumptiecheques in een elektronische vorm geregeld door een individuele schriftelijke overeenkomst.”
Gelet op die bepaling moet, ingeval het sectoraal CAO geen elektronische drager voor de coronapremie heeft opgelegd, een overeenkomst op ondernemingsniveau of een persoonlijke overeenkomst daarin voorzien. En anders wordt de coronapremie toegekend in de vorm van papieren consumptiecheques.
Om te vermijden dat de ondernemingen voortaan, uit puur formalisme, ondernemingscao’s (of individuele schriftelijke akkoorden) moeten afsluiten specifiek voor elektronische dragers, hebben de werkgeversafgevaardigden tijdens het beheerscomité van de RSZ gevraagd om in het KB van 28 november 1969 te preciseren dat de bijzondere bepaling van artikel 19quinquies, § 3, 3° niet van toepassing is op coronapremies. Als de sectorale cao niet verduidelijkt om welke vorm van drager (elektronisch of papier) het gaat of als de keuze gelaten wordt, dan zijn de werknemers vrij om te kiezen voor het een of het ander zonder een specifieke cao of een afzonderlijk akkoord te moeten sluiten over dat punt. Na overleg vinden de vakbonden dat de keuze voor elektronische of papieren cheques moet worden gemaakt door de partijen tijdens de collectieve onderhandelingen op sector- of ondernemingsniveau. Ze willen echter dat elke rechtsonzekerheid tijdig wordt weggenomen indien de keuze voor de elektronische cheque of de papieren cheque niet wordt vastgelegd in een collectieve overeenkomst voor 31 december 2021.
Werknemers die niet langer in dienst zijn
Voor werknemers die niet langer in dienst zijn, werd afgezien van de oplossing die erin bestond een premie van 0,01 EUR aan te geven in de DmfA, omdat er te veel werknemers in dat geval waren, iets wat de RSZ niet had voorzien.
De RSZ heeft beslist om voor het 4e kwartaal 2021 met terugwerkende kracht tot het 3e kwartaal 2021 een ‘bijdrage niet gebonden aan een natuurlijke persoon’ uit te werken waarin voor alle werknemers die niet langer in dienst zijn en de coronapremie hebben ontvangen aangifte wordt gedaan van:
het basisbedrag = totaal van alle premies die zijn uitbetaald aan werknemers die niet langer in dienst zijn
bijdragebedrag = 16,5% * basisbedrag.
De bijdrage op de coronapremies geldt dus op 2 niveaus:
Bijdrage verschuldigd op de werknemerslijn voor werknemers die nog in dienst zijn (de meerderheid).
Bijdrage niet gebonden aan een natuurlijke persoon voor werknemers die niet langer in dienst zijn.
Toekenning van een hoger bedrag dan de coronapremie die werd vastgelegd in de sectorale cao
De RSZ laat toe dat via een ondernemingscao of via een individuele overeenkomst een hoger bedrag van coronapremie wordt toegekend dan het bedrag dat voorzien is in de sectorale cao, op voorwaarde dat het maximumbedrag van 500 euro niet overschreden wordt. Als het gaat om een individuele overeenkomst, mag dat niet willekeurig gebeuren, er moeten objectieve categorieën bepaald worden. Artikel 45 van de wet van 27 juni 1969 stelt namelijk dat “iedere werkgever die aan zijn personeel vrijwillig bijkomstige, buiten het bestek van deze wet vallende voordelen toekent, generlei onderscheid mag maken tussen de tot een zelfde categorie behorende werknemers van zijn onderneming”.