Denuo pleit voor gedoogbeleid voor export kunststofafval naar niet-OESO-landen
Sinds 1 januari 2021 gelden er nieuwe regels voor de export van kunststofafval. Voor de uitvoer van niet-gevaarlijk kunststofafval (B3010) naar niet-OESO-landen legt Europa een kennisgevingsprocedure op in afwachting van de herziening van de Europese Verordening 1418/2007.
Europa tracht momenteel van deze niet-OESO-landen duidelijke informatie te krijgen over welke voorwaarden zij stellen aan de invoer van kunststofafval op hun grondgebied om de Verordening 1418/2007 in die zin te kunnen aanpassen.
Ondertussen blijkt dat een aantal belangrijke exportlanden hun antwoord reeds aan de Europese Commissie bezorgden en nu aandringen op de heropstart van de invoer van materiaal op hun grondgebied. Het wordt ook stilaan duidelijk dat de kennisgevingsprocedure niet in alle Europese landen even strikt wordt gevolgd. Ook de Belgische douane lijkt niet consistent te zijn in de toepassing van deze Europese regelgeving: expediteurs verspreiden tegenstrijdige berichten.
Deze situatie is niet werkbaar en leidt tot grote onzekerheid en verwarring bij onze exporterende kunststofleden.
Nu blijkt dat de Europese Commissie de herziening van 1418/2007 nog verder wil uitstellen, dringt Denuo bij de gewestelijke overheden aan op een tussentijds gedoogbeleid zodat Belgische recyclagebedrijven weten waar ze aan toe zijn en ook geen concurrentieverlies hoeven te leiden ten opzichte van buitenlandse exporterende recyclagebedrijven.
Hierbij de brieven die Denuo naar de Vlaamse en Waalse overheid stuurde:
210224 Brief_ovam_exportregelgeving-kunststoffen.pdf
210225 Courrier SPW Wallonie_exportation déchets plastiques.pdf