Dynamische tweede workshop rond recyclage van grote composietstructuren
Afgelopen week organiseerden Sirris, Agoria en go4circle een tweede interactieve workshop rond de valorisatie van grote end-of-life composietstructuren. Er ontstond een dynamische brainstormsessie waarin opties voor logistiek, voorverwerking en valorisatie aan bod kwamen.
De workshop kadert in het CompositeLoop Project, een project gefinancierd door het Agentschap Innoveren & Ondernemen.
Bij grote composietstructuren denken we aan windturbineschoepen, silo’s en scheepsrompen. Deze materialen hebben wel een lange levensduur maar hun voortbestaan is ook eindig en grote volumes composietmateriaal zullen dan vrijkomen. Voor België wordt het geproduceerd volume van deze materialen ingeschat op 20.000 ton per jaar. Dit geproduceerd volume genereert per jaar 4.000 ton productieafval en 5 à 10.000 ton end-of-life afval. In deze volumes is carbon composietmateriaal, veel gebruikt in de autoindustrie, inbegrepen en het aandeel daarvan wordt geschat op 10% van de bovenstaande volumes.
Dit type materiaal wordt momenteel vooral verwerkt in de cementindustrie of tot nieuwe producten door compression moulding. Bij deze laatste oplossing kan men spreken van downcycling aangezien men de fibers breekt waardoor de mechanische eigenschappen van het materiaal verloren gaan.
De Vlaamse jachthaven van Nieuwpoort, de grootste marina van de Belgische kust, beschreef tijdens de workshop hoe zij jaarlijks geconfronteerd worden met tientallen afgedankte boten waarvoor niet echt een goede end-of-life-oplossing bestaat. Bijgevolg versnijden zij zelf het materiaal in stukken en trachten ze een aantal fracties van deze boten uit te sorteren (metalen, hout) en te verkopen aan een ophaler of recycleur. De polyesterfractie wordt eveneens tegen betaling opgehaald en wellicht verbrand.
Ludo de Berg, oprichter van Reprocover, in 2017 overgenomen door de groep Simonis in Verviers, gaf een presentatie over de geprefabriceerde oplossingen die hij ontwikkelde voor spoorweginfrastructuren, wegenbouw en straatmeubilair, producten vervaardigd uit nieuwe granulaten van end-of-life composietmaterialen. Het doet een beetje denken aan wat Eco-oh! doet maar dan met thermoharders.
Hij illustreerde hoe zijn materiaal een waardig alternatief is voor beton dat momenteel vaak voor spoorwegstructuren wordt gebruikt vanwege de lagere prijs maar ook vanwege een aantal technische eigenschappen zoals de lichtheid in gewicht, de UV-bestendigheid, geen diefstalwaarde enz.7
Uit deze en de vorige workshop kwam naar voren dat er wel technische mogelijkheden bestaan voor de valorisatie van grote composietstructuren maar dat geen van deze oplossingen reeds gecommercialiseerd is.
Uit deze workshop kon geconcludeerd worden dat voorverwerking ter plaatse (shredding) - waardoor men transportkosten bespaart - de sleutel is tot de economische haalbaarheid van een valorisatieproces. Het shredden is geen evidentie vanwege de enorme hoeveelheid stof dat geproduceerd wordt. Een daarop afgestemde shredderinstallatie, bij voorkeur geplaatst in de nabijheid van de plaats waar het afval ontstaat, dringt zich op. Het gegeven dat bootafval redelijk gecentraliseerd ontstaat (Belgische kust) en dat dit eventueel zou kunnen gecombineerd worden met de verwerking van de windturbineafvalstroom zorgt voor een interessante, verder te ontwikkelen piste.
Ook de OVAM en Febelauto namen deel aan de workshop. De OVAM omdat ze de verwerking van deze materialen in het beleid willen opnemen maar daar momenteel nog niet genoeg informatie voor hebben en Febelauto vanwege de aanwezigheid van carbon composietmateriaal in auto’s.
Een volgende stap is te bekijken hoe composietmateriaal kan vermalen worden en of een nieuwe toepassing met beperkte downcycling van materiaaleigenschappen mogelijk is.