E-IDF - vermeldingen VLAREMA 9 - interoperabiliteit
Uitrol platform interoperabiliteit door de OVAM
Tijdens het strategisch overleg van juli laatsleden met de OVAM-top, kreeg Denuo meer informatie over de status van de uitrol van het platform inzake interoperabiliteit.
Een Ministerieel Besluit wordt momenteel voorbereid om deze uitrol mogelijk te maken. Men mikt op 1 januari 2025 voor deze uitrol.
Er is momenteel onduidelijkheid over de afspraken tussen de OVAM en handhaving inzake het beboeten van het niet-gebruiken van een E-IDF voor bedrijven die reeds kunnen aantonen een contract te hebben afgesloten met een erkende provider en de interpretatie van die tolerantie. Denuo probeert op korte termijn hierover duidelijkheid te verkrijgen. De OVAM zou hierover in de loop van volgende week communiceren.
In afwachting hiervan is het advies bijgevolg om sowieso digitaal te rijden indien er geen reden van gebrek aan interoperabiliteit is die digitaal rijden niet mogelijk maakt.
Opgelet : de inhoud van het E-IDF moet steeds conform zijn aan het VLAREMA (artikel 6.1.1.2.§2). Dit wordt wel degelijk gehandhaafd.
Opgelet: nieuwe inhoud E-IDF in het kader van VLAREMA 9
Denuo stelt vast dat de gewijzigde inhoud van het E-IDF volgend op het in werking treden van VLAREMA 9 nog niet voldoende bekend is bij haar leden. Gedurende de voorbije maanden werden verschillende boetes opgelegd door de dienst handhaving voor het niet-conform zijn van E-IDF documenten aan de vereisten van het VLAREMA. We stellen in het bijzonder vast dat in veel gevallen de vestigingseenheidsnummers nog niet zijn vermeld op deze formulieren.
We brengen hierom even het artikel 6.1.1.2,§2 (laatste versie na wijzigingen via het correctiebesluit) in herinnering.
Het identificatieformulier voor niet-gevaarlijke afvalstoffen bevat ten minste de volgende gegevens:
1° | twee unieke volgnummers: een eerste start met een drielettercode die het systeem identificeert waarmee het identificatieformulier is aangemaakt, het tweede heeft de vorm van een Universally Unique Identifier. Minstens een van de twee voormelde volgnummers wordt gevisualiseerd op het identificatieformulier; |
2° | datum van vervoer; |
3° | het identificatienummer, vermeld in artikel 7.1.1, de naam en het adres van de vestigingseenheid van de afvalstoffenproducent en in geval van zeeschepen de naam van het schip en het adres van de ligplaats, of van de afvalstoffenverwerker die de afvalstoffen afvoert vanaf de eigen inrichting, en het adres van verzending van de afvalstoffen; |
4° | het identificatienummer, vermeld in artikel 7.1.1, de naam en het adres van de inzamelaar, afvalstoffenhandelaar of -makelaar, als dat van toepassing is; |
5° | het identificatienummer, vermeld in artikel 7.1.1, de naam en het adres van de vervoerders; |
6° | het identificatienummer, vermeld in artikel 7.1.1, de naam en het adres van de vestigingseenheid van de verwerker, met vermelding van de aard van de verwerking (R- of D-code, vermeld in afdeling 4.2); |
7° | omschrijving, hoeveelheid in ton en de EURAL-codes van de afvalstoffen, vermeld in bijlage 2.1. |
8° | vanaf 1 januari 2023, de geo-locatie van de start van het transport en de geo-locatie van de afgifte van de afvalstoffen door de inzamelaar, afvalstoffenhandelaar of –makelaar of de afvalstoffenproducent die zelf regelingen treft voor zijn afvalstoffen. |
Het identificatieformulier voor gevaarlijke afvalstoffen bevat ten minste de volgende gegevens:
1° | twee unieke volgnummers: een eerste start met een drielettercode die het systeem identificeert waarmee het identificatieformulier is aangemaakt, het tweede heeft de vorm van een Universally Unique Identifier. Minstens een van de twee voormelde volgnummers wordt gevisualiseerd op het identificatieformulier; |
2° | datum van vervoer; |
3° | het identificatienummer, vermeld in artikel 7.1.1, de naam en het adres van de vestigingseenheid van de afvalstoffenproducent en in geval van zeeschepen de naam van het schip en het adres van de ligplaats, of van de afvalstoffenverwerker die de afvalstoffen afvoert vanaf de eigen inrichting, en het adres van verzending van de afvalstoffen; |
4° | het identificatienummer, vermeld in artikel 7.1.1, de naam en het adres van de inzamelaar, afvalstoffenhandelaar of -makelaar, als dat van toepassing is; |
5° | het identificatienummer, vermeld in artikel 7.1.1, de naam en het adres van de vervoerders; |
6° | het identificatienummer, vermeld in artikel 7.1.1, de naam en het adres van de vestigingseenheid van de verwerker, met vermelding van de aard van de verwerking (R- of D-code, vermeld in afdeling 4.2) en de gebruikte techniek van de verwerking; |
7° | omschrijving, hoeveelheid in ton, chemische samenstelling en de EURAL-codes van de afvalstoffen, vermeld bijlage 2.1; |
8° | fysische eigenschappen van de afvalstoffen; |
9° | type en aantal verpakkingen; |
10° | speciale instructies voor het transport, indien van toepassing. |
11° | vanaf 1 januari 2023, de geo-locatie van de start van het transport en de geo-locatie van de afgifte van de afvalstoffen door de inzamelaar, afvalstoffenhandelaar of –makelaar of de afvalstoffenproducent die zelf regelingen treft voor zijn afvalstoffen.”. |
In samenlezing met artikel 7.1.1. van het VLAREMA betekent dit dat het IDF in principe steeds de naam het adres en het vestigingseenheidsnummer van de afvalstoffenproducent en de verwerker moet vermelden. Voor de IHM en de vervoerder dient in principe het ondernemingsnummer te worden opgenomen (i.p.v. het vestigingseenheidsnummer).
Op deze wijze wordt de logica die op vandaag wordt gehanteerd voor MATIS nu doorgetrokken naar het afvalstoffenregister en het identificatieformulier voor afvalstoffen.
Wij roepen al onze leden op om de inhoud van hun identificatieformulieren te dubbelchecken in functie van de wijzigingen aangebracht in het VLAREMA en de nodige aanpassingen zo snel mogelijk door te voeren indien dit nog niet gebeurde.