Grondwettelijk Hof vernietigt Vlaamse schrapping compensatieregel - hoe terugvorderen?

Vernietiging schrapping
Het Grondwettelijk Hof heeft op 27 juni 2024 uitspraak gedaan in de procedure die we hadden opgestart over de schrapping van de compensatieregel in Vlaanderen.
We kunnen tevreden melden dat de decreetswijziging door het Grondwettelijk Hof wordt vernietigd! U kan het volledige arrest hier terugvinden: https://www.const-court.be/public/n/2024/2024-071n.pdf
Analyse
Het Grondwettelijk Hof heeft enkel het eerste middel moeten beoordelen om tot een duidelijke conclusie te komen:
"Te dezen blijkt evenwel dat de huidige heffing, zoals die is ingesteld door artikel 46, § 1, eerste lid, 19°, van het decreet van 23 december 2011 en is gewijzigd door de bestreden bepaling, wel de kenmerken heeft van een heffing van gelijke werking als een douanerecht. [...]
De bestreden bepaling vormt aldus een verboden belemmering van het vrije verkeer die afbreuk doet aan de Belgische economische en monetaire unie."
Gevolgen
Vanaf de aangifte tweede kwartaal 2024 (in te dienen tegen 20 juli) geldt de compensatieregeling opnieuw in Vlaanderen:
voor de afvalstoffen geproduceerd in het Vlaamse Gewest
die worden overgebracht met het oog op het verwerken ervan in een inrichting buiten het Vlaamse Gewest
indien een gelijksoortige milieuheffing van toepassing is in het gewest of land waar de bedoelde afvalstoffen worden verwerkt
dan kan het bedrag van de heffing verschuldigd aan Vlaanderen verminderd worden met het bedrag van de voormelde gelijksoortige milieuheffing
de heffing kan niet tot lager dan nul herleid worden.
Deze vernietiging heeft bovendien retroactieve werking. Dat betekent dat alle heffingen die onterecht zijn betaald sinds de schrapping van de compensatieregel (1 januari 2023) teruggevorderd kunnen worden van de Vlaamse overheid. Er zijn meerdere acties die men (tegelijkertijd) kan overwegen:
Actie 1: willig beroep in te dienen bij de OVAM (milieuheffingen@ovam.be) voor teruggave van alle te veel betaalde heffingen (niet alleen lopend kalenderjaar). Dit is een een ‘bezwaar’ waarin de argumentatie voor de terugvordering gedetailleerd wordt uiteengezet. Vermeld hierbij zéker het correcte bedrag en het rekeningnummer waarop de teveel betaalde heffing gestort kan worden. De OVAM zal voor elke aanvraag die ze ontvangt vervolgens een controle ter plaatse uitoefenen. De terugbetaling gebeurt pas nadat de controle is uitgevoerd. Indien de Vlaamse overheid vervolgens niet uit eigen beweging zou instemmen met het verzoek tot teruggave, betekent het gebrek aan een formele, verplichte administratieve procedure dat elke heffingsplichtige naar de rechter kan stappen om de terugvordering af te dwingen.
Actie 2: Indien de voorafgaande opties niet gekozen worden, dan kan men eventueel beroep doen op artikel 18 van de Bijzondere Wet van 6 januari 1989 Grondwettelijk Hof. Dit artikel staat toe om binnen zes maanden na de bekendmaking van het arrest in het Belgisch Staatsblad (vandaag nog niet gebeurd) beroep in te stellen tegen de specifieke, vernietigde heffing. Concreet betekent dit dat de voorgaande acties (zoals willig beroep of verrekening) ook toegepast kunnen worden gedurende 6 maanden na deze publicatie.
Actie 3: claimen van moratoriuminteresten op het bedrag dat teveel betaald werd. Om dit te bereiken zal een ingebrekestelling noodzakelijk zijn. Op basis van (niet gepubliceerde) rechtspraak in vergelijkbare discussies, zou kunnen worden geargumenteerd dat interesten verschuldigd zijn na ingebrekestelling, aan het ‘fiscale’ tarief van 7% op jaarbasis.
Actie 4: op basis van artikel 56 van het Materialendecreet kan teruggave van de door het individuele bedrijf te veel aangegeven en betaalde milieuheffingen plaatsvinden door middel van verrekening op het verschuldigde bedrag aan te geven en te betalen voor een volgend kwartaal, maar enkel van het lopende kalenderjaar. De heffingsplichtige voegt bij de kwartaalaangifte de nodige stukken ter staving van de gegrondheid van zijn verrekening (o.a. het arrest van het Grondwettelijk Hof en informatie over in mindering te brengen niet-Vlaamse heffingen).
Denuo wenst de leden alvast te verwittigen dat deze verrekeningen een aanzienlijke werklast bij de betrokken dienst van de OVAM zullen creëren. Indien leden beslissen om over te gaan tot een terugvordering is het daarom aangeraden om dadelijk een heldere berekening en rekeningnummer aan te leveren en steeds de nodige stukken ter staving te voorzien.