Herziening EVOA: EuRIC en FEAD werken aan posities
Herziening EVOA
Zoals reeds geruime tijd werd aangekondigd, moet de EVOA (Europese Verordening Overbrenging Afvalstoffen) dit jaar herzien worden. De Europese Commissie heeft de opdracht om tegen de zomer een wetgevend voorstel te publiceren, maar zal mogelijk deze deadline niet halen. Ondertussen is wel al duidelijk geworden dat DG ENV (Europese Commissie) niet van plan is om exportprocedures te differentiëren op basis van types materialen of processen.
De kwestie rond de herziening van Verordening 1418/2007 en de export van kunststofafval wordt hier niet besproken maar wordt actief aangekaart, zowel op Europees (artikel) als op Belgisch niveau (artikel).
Besprekingen binnen EuRIC
Binnen EuRIC focussen de discussies zich op het mogelijk houden en vrijer maken van de export naar niet-EU- landen.
In de eerste plaats bestaat er een consensus bij de leden dat export naar OESO-landen (bv. Zwitserland, Turkije) niet aan aanvullende voorwaarden mag onderworpen worden gezien het om ontwikkelde economieën gaat met hun eigen handhaving voor milieu- en sociale normen.
Voor de export naar niet-OESO-landen worden we geconfronteerd met de eis van o.a. het Europees Parlement om de export naar deze landen aan banden te leggen. Daarom wordt binnen EuRIC, dat principieel voorstander is van een vlotte handel voor materialen afkomstig uit recyclage, gewerkt aan een fall back positie die waarschijnlijk uit twee onderdelen zou bestaan:
De mogelijkheid om privé-audits uit te voeren bij installaties in niet-OESO-landen om de export naar daar mogelijk te houden (op voorwaarde van voldoende en concurrentiële auditopties).
Een systeem waarbij niet-OESO-landen op een lijst zouden aanduiden welke installaties in hun land bepaalde stromen zouden kunnen importeren. Dit beschermt de soevereiniteit van die landen in tegenstelling tot een systeem waarbij de Commissie dergelijke lijst zou vaststellen.
Het is vandaag al duidelijk dat van zodra de positie binnen EuRIC is overeengekomen, we partners zullen moeten zoeken bij niet-EU-autoriteiten om de handel in materialen uit recyclage te verdedigen.
Besprekingen binnen FEAD
Binnen FEAD wordt net zoals binnen EuRIC het punt over de export naar niet-OESO-landen besproken, maar daar zijn de discussies veel minder ver gevorderd.
Wel begint een consensus te ontstaan rond het feit dat alle landen (binnen de EU) algemene financiële garanties zouden moeten toelaten die alle kennisgevingen van een kennisgever tegelijkertijd dekken (zoals bv. al mogelijk is in Wallonië). Dit creëert veel meer stabiliteit voor de kennisgever en de autoriteiten. Autoriteiten zouden zowel garanties als verzekeringsinstrumenten moeten aanvaarden, niet slechts één van beiden, en de keuze blijft bij de kennisgever.
Daarnaast bespreken we ook een eventuele fast track procedure. Het is nog niet duidelijk of we willen dat er louter gewerkt wordt op bv. een implementatie van verbeteringen aan artikel 14 (vooraf goedgekeurde installaties) dan wel of er een nieuwe procedure moet worden uitgewerkt. Dat mag wel geenszins leiden tot een slow track voor de bestaande procedures.
Volgende stappen
Zowel binnen EuRIC als FEAD vergaderen we aan een hoog tempo om tijdig tot gedragen standpunten te komen die met de Europese Commissie kunnen worden besproken.
Van zodra één of meerdere van deze posities overeengekomen zijn, kunnen we ermee ook naar de gewestelijke autoriteiten en beleidsmakers stappen om vanuit die hoek invloed uit te oefenen op het te publiceren herzieningsvoorstel.