Hoe zit het nu met de export van kunststofafval naar niet-OESO landen?
De Europese Verordening 1418/2007 die de uitvoer van ongevaarlijke afvalstoffen naar landen buiten de OESO regelt, wordt momenteel herzien.
Europa tracht van deze niet-OESO-landen duidelijke informatie te krijgen over welke voorwaarden zij stellen aan de invoer van kunststofafval op hun grondgebied. In afwachting van de goedkeuring van deze bijgewerkte versie heeft de Commissie uitgelegd dat de uitvoer van kunststofafval onder B3011 buiten de OESO moet worden onderworpen aan de procedure van voorafgaande geïnformeerde kennisgeving en toestemming. Dit zou in overeenstemming zijn met artikel 37 van de Waste Shipment Regulation en met het beginsel dat een dergelijke procedure de standaardprocedure is voor de uitvoer van ongevaarlijke afvalstoffen buiten de OESO wanneer de ontvangende landen niet duidelijk hebben bevestigd welke voorschriften zij verlangen.
Europa had met deze update eigenlijk al klaar moeten zijn op 1 januari toen de nieuwe exportregelgeving, en de Bazel Conventie, van kracht werd.
Ondertussen hebben wij, via verschillende kanalen, vernomen dat een aantal belangrijke exportlanden voor kunststofafval (Vietnam, Maleisië en Indonesië) al wel duidelijk gereageerd hebben naar Europa. Zo ontvingen wij van Europese experten, verantwoordelijk voor de implementatie van de EU-Vietnam Free Trade Agreement, zwart op wit, dat afvalcode B3011 in Vietnam zonder kennisgevingsprocedure kan worden ingevoerd. Tegelijk vernemen wij dat de Commissie de herziening van 1418/2007 wil uitstellen.
Momenteel wordt in Europa met verschillende maten en gewichten gewogen. Eerder besliste Nederland de Europese regelgeving naast zich neer te leggen en de verzending van kunststofafval naar niet-OESO-landen zonder kennisgeving toe te staan, ingeval het land van bestemming hiermee akkoord gaat. Het lijkt erop dat een aantal andere landen dit voorbeeld ondertussen volgen. In België constateren wij dat de douane exportzendingen naar niet-OESO-landen zonder kennisgeving laat passeren maar milieu-inspectie ze daarna wel tegenhoudt. Kortom, verwarring troef!
Denuo kaartte dit aan bij de Europese Federatie EuRIC en stelde dat een verder uitstel van de herziening van 1418/2007 geen optie is.
EuRIC had hierop vrijdag, 19 februari, een bilateraal gesprek met de Europese Commissie die bevestigde dat de bijgewerkte versie van 1418/2007 hoogstwaarschijnlijk pas einde 2021 zal worden aangenomen.
EuRIC tracht nu in kaart te brengen hoe de verschillende Europese lidstaten momenteel de uitvoer naar niet-OESO-landen regelen.
Wij volgen dit verder op en houden u op de hoogte.