Justitie en grensoverschrijdende afvaloverbrengingen: Europa in de fout
Het Europees Hof van Justitie (EHJ) heeft een beroep van de Commissie tegen Tsjechië in een dossier van grensoverschrijdend afval verworpen. De reden: het is aan de Commissie om te bewijzen dat het om afval gaat, wat zij niet heeft gedaan.
Samenvatting: een Tsjechisch bedrijf vervoert in 2010 zo'n 20.000 ton van een mengsel van zure teer uit aardolieraffinage, koolstofstof en calciumoxide naar een vestiging in Polen. Een jaar later deelde de Poolse overheid de Tsjechische overheid mee dat zij, bij gebrek aan grensoverschrijdend document, de overdracht als een illegale activiteit beschouwde. De Tsjechische overheid antwoordt dat de stroom onder REACH is geregistreerd en geen afval is. Zij weigert derhalve de producent te gelasten dit materiaal terug te nemen.
In opdracht van een milieuvereniging heeft de Commissie in 2014 een onderzoek geopend en, aangezien de Commissie van mening is dat Tsjechie de grensoverschrijdende verordening (EVOA) had geschonden, heeft ze een beroep ingediend tegen het Europese Hof van Justitie.
De Commissie baseert zich in het bijzonder op artikel 28 van EVOA, waarin is bepaald dat in geval van onenigheid het striktste standpunt geldt (afval boven niet-afval, oranje lijst boven groene lijst, verwijdering boven nuttige toepassing).
In zijn arrest van 14 maart oordeelde het Europese Hof van Justitie dat het bij inbreukprocedures aan de Commissie en niet aan de lidstaat is om de inbreuk te bewijzen en dat een vermoeden niet voldoende is. De Commissie kan niet zomaar een meningsverschil tussen twee landen vaststellen en zich baseren op het vermoeden waarin de verordening voorziet. Bovendien is het feit dat de stroom in kwestie afkomstig is van een afvalverwerkingsoperatie op zich niet voldoende om aan te tonen dat de stroom nog steeds als afval moet worden beschouwd.
Voor meer details kunt u het arrest online terugvinden via de referentie: C-399/17.