Milieuheffingen op de schop: een cruciale hervorming voor de circulaire economie

Vandaag liggen zowel in Vlaanderen als Wallonië voorstellen op tafel om de milieuheffingen te hervormen. Voor Denuo is dat een unieke kans om het systeem eenvoudiger, voorspelbaarder én beter afgestemd te maken op de circulaire economie. De grote vraag is nu: zullen de beleidskeuzes ook daadwerkelijk de juiste prikkels geven?
Een fiscaal kader dat de circulaire economie ondersteunt
In aanloop naar de regionale verkiezingen van 2024 riep Denuo de nieuwe gewestregeringen op om samen werk te maken van een meerjarig en interregionaal fiscaal pact voor de circulaire economie. De federatie pleitte daarbij voor een geharmoniseerd systeem van milieuheffingen dat bedrijven duidelijkheid biedt en investeringen op lange termijn ondersteunt.
Daarnaast vraagt Denuo dat de opbrengsten van de milieuheffingen opnieuw worden geïnvesteerd in innovatie binnen de afvalbeheer- en recyclagesector. Alleen zo kan België zijn voortrekkersrol binnen de Europese circulaire economie behouden.
Eerste stappen in Vlaanderen en Wallonië
De oproep van Denuo vond gehoor in de verschillende regeerakkoorden. In Wallonië loopt momenteel een studie naar de toekomst van de milieuheffingen, al zijn de resultaten voorlopig nog niet bekend.
Vlaanderen staat intussen verder. De OVAM werkt aan een grondige hervorming van het systeem in het kader van het Lokaal Materialenplan en Denuo gaf in april 2026 formeel feedback op de tweede ontwerpnota. Positief is dat daarin al rekening wordt gehouden met twee belangrijke vragen van de sector: een eenvoudiger heffingenstelsel én bijzondere aandacht voor sorteer- en recyclageresidu's.
<p>Daarnaast vraagt Denuo dat de opbrengsten van de milieuheffingen opnieuw worden geïnvesteerd in innovatie binnen de afvalbeheer- en recyclagesector. Alleen zo kan België zijn voortrekkersrol binnen de Europese circulaire economie behouden.</p>
Differentiëren volgens de plaats in de afvalhiërarchie
De Vlaamse ontwerpnota stelt vanaf 2028 drie heffingsniveaus voor:
Een basistarief voor (co)verbranding en storten.
Een sterk verlaagd tarief voor sorteer- en recyclageresidu's en bijzondere stromen.
Een nultarief voor zogenaamde safe sink-stromen. Dat zijn afvalstromen waarvoor vandaag nog geen technisch of economisch haalbaar alternatief hoger in de afvalhiërarchie bestaat, zoals asbest.
Volgens Denuo is die differentiatie essentieel. Ze erkent dat sommige reststromen onvermijdelijk zijn in een performante recyclageketen en voorkomt dat noodzakelijke eindverwerking onterecht wordt bestraft.
Nog ruimte voor verbetering
Niet alle voorstellen van Denuo werden opgenomen. Zo pleitte de federatie ervoor om ook rekening te houden met de efficiëntie van eindverwerkingsinstallaties: installaties die beter presteren op het vlak van energie- en materiaalrecuperatie zouden volgens Denuo ook fiscaal moeten worden beloond. De OVAM oordeelde dat dit momenteel te complex is, maar Denuo blijft dit principe verdedigen.
Daarnaast blijft harmonisatie tussen de gewesten een belangrijk aandachtspunt. Verschillende heffingssystemen creëren immers een ongelijk speelveld en bemoeilijken investeringen over de gewestgrenzen heen.
De voorbije weken hebben we ook met enkele subsectoren, waaronder de metaalshreddersector, de glasrecyclagesector en de sector chemische recyclage, bilaterale gesprekken gehouden met de OVAM opdat de bijzondere aandachtspunten voor deze bedrijven in het eerste ontwerp van wijziging voor het Materialendecreet correct zouden worden meegenomen.
De komende maanden worden bepalend
De ontwerpteksten voor de hervorming van het Vlaamse Materialendecreet worden kort na de zomer verwacht. Om de geplande invoering op 1 januari 2028 te halen, zullen de beslissingen de komende maanden worden genomen.
Voor Denuo is dit hét moment om ervoor te zorgen dat milieuheffingen niet langer louter een fiscale maatregel zijn, maar uitgroeien tot een instrument dat innovatie stimuleert, rechtszekerheid creëert en de circulaire economie versterkt. De federatie blijft daarom nauw in overleg met de verschillende overheden én haar leden om deze hervorming mee vorm te geven.