Nieuwe afwijkingen van de verplichting tot demonteerbaarheid en vervangbaarheid van batterijen in EEA

Op 14 juli heeft de Europese Commissie nieuwe afwijkingen gepubliceerd van de verplichtingen inzake de verwijderbaarheid en vervangbaarheid van draagbare batterijen in apparaten.
Volgens artikel 11 van Verordening 2023/1542 betreffende batterijen en afgedankte batterijen geldt immers: "Een natuurlijke of rechtspersoon die producten met ingebouwde draagbare batterijen in de handel brengt, zorgt ervoor dat de eindgebruiker die batterijen gemakkelijk en op elk moment tijdens de levensduur van het product kan afzonderen en vervangen. Die verplichting is uitsluitend van toepassing op volledige batterijen en niet op afzonderlijke cellen of andere onderdelen van dergelijke batterijen."
Momenteel worden twee soorten afwijkingen toegekend op grond van artikel 11:
- Een volledige afwijking van de vervangbaarheid en verwijderbaarheid (artikel 11.3).
- Een gedeeltelijke afwijking met de verplichting ervoor te zorgen dat de draagbare batterij enkel door onafhankelijke professionals kan worden verwijderd en vervangen (artikel 11.2).
Het is deze tweede afwijking die de Commissie heeft uitgebreid naar andere productcategorieën. Hieronder de lijst van productcategorieën waarvoor een afwijking geldt, met in het vet de nieuwe toevoegingen aan de bestaande afwijkingen:
- Apparaten, met inbegrip van draagbare toestellen, die specifiek zijn ontworpen om hoofdzakelijk te functioneren in een omgeving die regelmatig wordt blootgesteld aan opspattend water, waterstromen of onderdompeling in water, en die bedoeld zijn om afwasbaar of afspoelbaar te zijn.
- Professionele medische beeldvormings- en radiotherapieapparatuur, zoals gedefinieerd in artikel 2, punt 1, van Verordening (EU) 2017/745, en medische hulpmiddelen voor in-vitrodiagnostiek, zoals gedefinieerd in artikel 2, punt 2, van Verordening (EU) 2017/746.
- Draagbare toestellen waarvan de veiligheid, duurzaamheid of waterbestendigheid in het gedrang zou kunnen komen door toegang van de gebruiker tot de batterij en die:
- wegens hun aard, omvang of vorm te klein worden geacht om de eindgebruiker toe te laten een batterij op correcte en veilige wijze te vervangen;
- of steunen op een compacte, verzegelde behuizing om hun functionele integriteit te behouden, met inbegrip van bescherming tegen stof en schokken;
- Tot 31 juli 2030, elektrisch speelgoed met oplaadbare batterijen, wanneer, gezien de aard of omvang van het speelgoed, de afwijking noodzakelijk is om de veiligheid van het speelgoed te waarborgen bij gebruik overeenkomstig artikel 10, lid 2, van Richtlijn 2009/48/EG van het Europees Parlement en de Raad.
- Draadloze temperatuursondes die specifiek zijn ontworpen voor contact met voedsel tijdens voedselbereidingsprocessen.
- Producten die binnen het toepassingsgebied vallen van artikel 1 van Richtlijn 2014/34/EU van het Europees Parlement en de Raad.
- Op het lichaam gedragen toedieningssystemen die specifiek zijn ontworpen voor de subcutane toediening van geneesmiddelen.
- Telematicatoestellen bestemd voor installatie op het dak van landbouw- en bouwmachines en ontworpen om te worden blootgesteld aan zware trillingen, stof en vochtige omstandigheden tijdens hun beoogde gebruik.
Hoewel noodzakelijk voor bepaalde productcategorieën is deze uitbreiding van de afwijkingen niet positief voor de problematiek van branden veroorzaakt door lithium-ionbatterijen. Punt 3 is vatbaar voor uiteenlopende interpretaties. Deze uitzonderingen zijn niet in lijn met het standpunt en de lobby van FEAD. Wij blijven de evolutie van dit dossier op de voet volgen.