Nieuwe broomnormen een bedreiging voor AEEA en ELV recycling?

De EU nam onlangs maatregelen om de aanwezigheid van broomhoudende vlamvertragers te regulariseren via een aanpassing van de POP-verordening in Reach (Persistant Organic Polluents). Vormen deze maatregelen een nieuwe bedreiging voor de circulaire economie?
De nieuwe broomnormen, waarover Europa de komende weken definitief zal beslissen, zullen het noodzakelijk maken om de broomhoudende kunststoffractie te scheiden van de andere fracties. Die verplichting zou een hele uitdaging vormen voor de recyclage van elektrische en elektronische apparaten (AEEA) en van afgedankte voertuigen (ELV). Er zullen investeringen in nieuwe technologieën nodig zijn en er zal bekeken moeten worden of één en ander nog op een economisch rendabele manier kan gebeuren.
De Europese Commissie legde een limiet van 1000 ppm op voor de som van vier broomhoudende brandvertragers: tetra, penta, hexa en heptaBDE.
Het Europees Parlement volgde de Europese Commissie hierin voor een stuk en stelde de grens eveneens op 1000 ppm voor de vier broomhoudende vlamvertragers, met een uitzondering voor decaBDE waarvoor zij de limiet vastlegde op 10 ppm (10 mg/kilo). Dit zorgt voor heel wat reacties bij AEEA en ELV-recyclers die betogen dat een dergelijke laag afgestelde norm in de praktijk niet kan worden gegarandeerd en het dus onmogelijk zal worden om recyclaat te gebruiken.
Positief is dat de Europese Raad niet meegaat in het voorstel van zo'n lage norm en met een maximaal broomgehalte van 500 ppm een tussenpositie kiest die alvast gunstiger is voor de recyclagebedrijven. De Commissie, het Parlement en de Raad moeten nu tot een vergelijk zien te komen. De onderhandelingen hiervoor starten op 4 december 2018.
Wij volgen dit verder voor u op.