Nieuwe Commissiebeslissing over loodkristal verandert niets aan de 200 ppm-regel voor glasscherven

Op 12 augustus 2026 heeft de Europese Commissie een gedelegeerd besluit aangenomen — Besluit (EU) …/… (C(2026) 5778 final) — dat Beschikking 2001/171/EG wijzigt "wat kristalglasverpakking betreft". Voor glasrecyclers die dagelijks met de 200 ppm-drempel voor loodgehalte in scherven werken, is de kernvraag simpel: verandert dit iets aan die regel? Het antwoord is nee.
De Packaging and Packaging Waste Regulation (PPWR) legt in artikel 5(4) een grens op: de som van lood, cadmium, kwik en zeswaardig chroom in verpakking mag niet meer dan 100 mg/kg bedragen. Onder de oude Richtlijn 94/62/EG gold voor verpakking volledig gemaakt van loodkristalglas een algemene vrijstelling. Die vrijstelling is met de intrekking van Richtlijn 94/62/EG komen te vervallen, en de PPWR voorziet niet meer automatisch in dezelfde uitzondering.
Loodkristalglas (in de zin van Richtlijn 69/493/EEG) bevat per definitie minstens 24% loodoxide en kan dus per definitie niet aan de 100 mg/kg-grens voldoen. De Europese kristalglassector (met producenten in Frankrijk, Portugal, Tsjechië en Slovenië) heeft de Commissie daarom gevraagd om, op basis van artikel 5(8) PPWR, een specifieke derogatie vast te stellen.
Het besluit voegt nieuwe artikelen 5a, 5b en 5c toe aan Beschikking 2001/171/EG en herschrijft artikel 2 (definities). Samengevat:
Verpakking die volledig of gedeeltelijk uit kristalglas bestaat (voornamelijk flessen en flacons voor luxe dranken, parfum en cosmetica) mag tot en met 31 december 2029 de 100 mg/kg-grens overschrijden, op voorwaarde dat een aantal strikte voorwaarden wordt nageleefd. Nieuwe productie van loodkristalverpakking met opzettelijk toegevoegd lood moet uiterlijk 31 december 2028 stoppen. De periode tot eind 2029 is enkel bedoeld om afwerking, vulling, etikettering en verkoop van reeds vervaardigde verpakking af te ronden. De verpakking moet permanent gemarkeerd zijn zodat de kristalglasproducent identificeerbaar is, moet via een gesloten en gecontroleerde kringloop worden ingezameld en teruggebracht naar diezelfde producent, en moet — wanneer ze bestemd is voor langdurig contact met vloeistoffen — een ontalkalisatiebehandeling ondergaan om loodmigratie naar de inhoud te beperken. Producenten moeten bovendien documentatie bijhouden over de werking van die kringloop en die ter beschikking stellen van de bevoegde autoriteiten.
Het gaat dus om een tijdelijke, sterk afgebakende uitzondering voor een klein, gespecialiseerd marktsegment, niet om een aanpassing van de algemene regels voor glasverpakking uit gerecycleerd glas.
Beschikking 2001/171/EG bevat, los van de kristalglaskwestie, al sinds 2001 een aparte regeling voor glasverpakking gemaakt uit gerecycleerd glas (scherven). Die regeling zit in de artikelen 1, 3, 4 en 5 van de beschikking, en geen van die artikelen wordt door het besluit van 12 augustus 2026 gewijzigd. Enkel artikel 2 (definities) wordt vervangen en de nieuwe artikelen 5a-5c worden toegevoegd. De rest van de tekst blijft staan zoals ze was.
Concreet komt die regeling voor scherven op het volgende neer: glasverpakking mag de algemene grens overschrijden wanneer die overschrijding het gevolg is van het gebruik van gerecycleerd glas, op voorwaarde dat geen van de vier zware metalen opzettelijk tijdens het productieproces wordt toegevoegd. Dit is de realiteit waar recyclers dagelijks mee te maken hebben: kristalglas dat via glasbollen in de scherven terechtkomt, kan niet volledig worden uitgesorteerd, en de aanwezigheid van sporen lood in het eindproduct is daardoor onvermijdelijk zolang consumenten kristalglas niet apart aanbieden.
Belangrijk om te preciseren, en dit wordt soms verkeerd voorgesteld: de 200 ppm is in de tekst van artikel 5 geen harde vrijstellingsdrempel, maar een meld- en onderzoeksdrempel. Wanneer het glijdend gemiddelde over twaalf maanden van de metaalconcentratie uit een individuele glasoven de 200 ppm overschrijdt, moet de fabrikant daarover rapporteren aan de bevoegde overheid: de gemeten waarden, de gebruikte meetmethode, de vermoedelijke bron van de verontreiniging en de genomen corrigerende maatregelen. Die verplichting staat sinds 2001 onveranderd in de beschikking en wordt door het besluit van augustus 2026 op geen enkele manier aangepast.
Conclusie: voor glasrecyclers verandert er niets. De regeling die toelaat dat scherven een spoor lood bevatten — als onvermijdelijk gevolg van kristalglas dat via glasbollen in de kringloop terechtkomt — en de bijhorende 200 ppm-meldplicht bij de bevoegde overheid, blijven volledig intact. Het besluit van 12 augustus 2026 creëert een aparte, tijdelijke derogatie die uitsluitend geldt voor producenten van loodkristalverpakking zelf, binnen hun eigen gesloten productie- en retourketen, en loopt af eind 2029. De twee regelingen staan los van elkaar en de ene wijzigt de andere niet.