Nieuwe exportregels kunststofafval zetten rem op circulaire transitie
In 2018 diende de Noorse regering, tijdens een vergadering van de Conventie van Bazel, een voorstel in om kunststofafval in zee te bestrijden met strengere regels voor de export van dit type afval. Het voorstel dat op tafel lag, had de intentie ontwikkelingslanden beter te beschermen tegen de import van plastic afval waarvoor ze onvoldoende infrastructuur hebben om het te verwerken. Als sector staan we volledig achter dit idee en ondersteunen we het Noorse voorstel. Echter voor wat betreft de intra-Europese export en de export van een aantal reguliere afvalstromen waarvan de verwerking gekend en gewaarborgd is, zijn er een aantal ongewenste belemmeringen.
Volgens nieuwe regels uit het Verdrag van Bazel wordt plastic afval anders ingedeeld. Daardoor zal voor export naar een niet-OESO-land een notificatieprocedure moeten worden opgestart, tenzij het ontvangende niet-OESO-land zijn schriftelijk akkoord heeft gegeven aan de Europese Commissie om dit kunststofafval te aanvaarden.
De Europese Commissie heeft hiervoor een vragenlijst gestuurd naar deze landen. Zodra ze een antwoord heeft ontvangen zal de Commissie de regels voor de overbrenging van afvalstoffen (Regulation 1418/2007) moeten wijzigen, wat tijd zal kosten. Deze update wordt pas verwacht tegen het voorjaar van 2021. Het is niet duidelijk volgens welke procedures de export vanaf 1 januari 2021 en in afwachting van deze update moet gebeuren. De federatie tracht hier momenteel meer duidelijkheid over te krijgen.
Bovendien houden de door de Commissie voorgestelde richtlijnen voor de interpretatie van het Verdrag van Bazel in dat kunststofafval met meer dan 2% verontreiniging, door andere fracties of door andere kunststoffen, niet meer zonder kennisgeving zal kunnen worden verstuurd binnen Europa.
Er werd een brief naar de Europese Commissie gestuurd om hiertegen bezwaar aan te tekenen. Deze brief werd ondertekend door verschillende partijen uit de kunststofwaardeketen: EuRIC, FEAD, PRE, maar ook Plastics Europe en EUPC. Het doel is tijd te winnen, ervoor te zorgen dat de 2% niet geïmplementeerd wordt vanaf 1 januari 2021 en ervoor te pleiten om als sector zelf een voorstel te mogen doen dat gebaseerd is op meer realistische contaminatiepercentages.
Ook voor onze AEEA-recyclagebedrijven zou de nieuwe regelgeving wel eens ernstige gevolgen kunnen hebben. Eén van de belangrijkste eindproducten van dit recyclageproces is een hoogwaardige en zuivere mix van ABS- en PS-maalgoed dat momenteel onder de Groene Lijst naar Azië wordt verstuurd. Het wordt daar gegranuleerd en verwerkt in nieuwe elektrische en elektronische apparatuur. Volgens de nieuwe afvalcategorieën komt dit maalgoed niet langer in aanmerking voor export naar landen buiten de OESO. De federatie zal deze interpretatie aftoetsen bij de overheden.
Kunststofrecyclage kent reeds vele uitdagingen, we zitten er niet op te wachten dat de wetgever praktijken, die goed werken, gaat belemmeren. Onze vrees is dat dit de ontwikkeling van een Circulaire Economie zal afremmen.
In onderstaand document vindt u een overzicht van de procedures voor export van kunststofafval vanaf 1 januari 2021: