Nieuwe instructie Vlaanderen stikstofuitstoot voor vergunningen

Achtergrond
De vorige politiek rond stikstofuitstoot voor vergunde installaties in Vlaanderen werd onder meer geregeld door deel 4 van de Omzendbrief/OMG/2017/01 van 6 september 2017. De toepassing van die omzendbrief moest ervoor zorgen dat Vlaanderen voldeed aan de beschermingsverplichtingen voorzien onder de Europese Habitatrichtlijn. Volgens de Raad volstond deze regeling evenwel geenszins om deze gebieden voldoende te beschermen.
De belangrijkste bronnen van stikstofuitstoot in Vlaanderen zijn de land- en tuinbouw (vnl. veehouderijen) (50%) en het verkeer (32%). Andere sectoren (industrie, energie, handel en diensten, huishoudens, off-road, enz.) dragen gezamenlijk bij tot de overige 18%.
De belangrijkste bronnen van NOX in Vlaanderen zijn verkeer (61%: wegverkeer 32%, scheepvaart 17%, luchtvaart 12% en spoorverkeer 1%), industrie (17%) en de land- en tuinbouw (8%). De uitstoot van NH3 in Vlaanderen is voor meer dan 95% afkomstig uit de landbouw (voornamelijk vanwege de veehouderijen en mestverwerkingsinstallaties).
De vorige vergunningspolitiek leidde tot een duidelijk dalende trend voor de depositie van NOX afkomstig van binnenlandse bronnen, maar niet voor de depositie van NH3.
Nieuwe tijdelijke regeling
In afwachting van de vaststelling van een definitief regelgevend kader en met de bedoeling om een vergunningsstop te voorkomen, heeft minister Demir nu een instructie gepubliceerd voor de administraties die geldig is voor lopende vergunningstrajecten en nieuwe vergunningsaanvragen die worden ingediend vanaf vandaag.
Daarin wordt een verschillend kader opgesteld voor de uitstoot van NOX enerzijds en NH3 anderzijds om via de voortoets te beslissen of er een 'passende beoordeling' moet worden opgemaakt omdat er een risico bestaat op een betekenisvolle aantasting.
Voor NOX: een passende beoordeling is aangewezen vanaf 1% aandeel voorziene depositie t.o.v. de kritische depositiewaarden (KDW) van de betrokken gevoelige habitat.
Voor NH3: voor ammoniakdeposities veroorzaakt door veehouderijen en mestverwerkingsinstallaties dient steeds een individuele beoordeling te worden gemaakt (dus een 0% norm), waarbij desgevallend een passende beoordeling moet worden gemaakt.
De volledige instructie inclusief het gekoppeld beleid kan u hier raadplegen: link