Ontwerp van SERV-advies over Vlaams Programmadecreet budget 2023

De SERV gaat een spoedadvies uitbrengen over het gedeelte omgeving in het ontwerp van Vlaams Programmadecreet budget 2023. Het ontwerp van advies hieronder werd opgesteld met input van alle SERV-leden (waaronder Voka en Unizo) en wordt maandagochtend gefinaliseerd.
"3. Hoofdstuk 5. Omgeving
3.1 Afdeling 1. Decreet van 23 december 2011 betreffende het duurzaam beheer van materialenkringlopen en afvalstoffen – OVAM-heffingen
Artikel 36 van het programmadecreet bevat verschillende aanpassingen aan het materialendecreet, in concreto de afvalheffing. Bedoeling is de heffing meer sturend te maken en tegelijk een modal shift van afvaltransporten te bevorderen van de weg naar binnenvaart en spoor. De SERV ondersteunt deze uitgangspunten, maar onderschrijft niet alle voorgestelde aanpassingen. De raad vraagt om concreet volgende twee zaken te heroverwegen en te bespreken met relevante sectoren en betrokkenen.
Heroverweeg verdubbeling heffing op meeverbranding
Deze aanpassing is niet doorgesproken met de afvalsector, noch met de afvalproducenten. Evenmin is de wijziging aangekondigd in het Lokaal Materialenplan 2023-2030. Dergelijke wijzigingen zouden moeten afgetoetst worden in de KMO-werkgroepen van OVAM met voldoende aandacht voor bedrijven die nu al geïnvesteerd hebben én voor bedrijven die restafval produceren waarvoor op dit moment geen efficiënte nasortering bestaat door tekort aan capaciteit.
Net omwille van het gebrek aan capaciteit voor efficiënte nasortering valt te verwachten dat zeker in 2023 en misschien ook later heel wat bedrijven een dubbele heffing zullen moeten betalen.
De SERV betreurt dat dergelijke wijziging, met wel degelijk een impact in tijden van economisch crisis, via een programmadecreet wordt ingevoerd met directe ingang vanaf 1 januari. De raad vraagt om deze maatregel te heroverwegen en te bespreken met relevante sectoren en betrokkenen.
Heroverweeg afschaffing aftrek in buitenland betaalde heffing
De SERV vreest dat de schrapping van de aftrekmogelijkheid van in het buitenland betaalde heffingen een aantal negatieve gevolgen zal genereren, die vooraf onvoldoende ingeschat lijken.
Ten eerste inzake de impact op de recyclagemarkt. Iedere recyclage genereert reststromen die moeten gestort of verbrand worden. Als deze reststromen worden uitgevoerd naar Wallonië, Brussel, Nederland of Frankrijk zal het recyclageproces duurder worden. De vraag naar Vlaamse recyclagematerialen om in Vlaanderen te behandelen kan hierdoor kleiner worden gezien de heffing voor het residu zowel in Vlaanderen als in het buitenland zal moeten betaald worden. Het effect hiervan lijkt onvoldoende ingeschat.
Ten tweede kan een verschuiving optreden van de verwerking van reststromen naar landen zonder heffing (wellicht een verschuiving naar Duitsland ipv Nederland, Frankrijk, Wallonië en Brussel) dit gepaard met een negatieve milieu-impact van een verder transport. Het vooropgestelde doel om meer stromen in Vlaanderen te verwerken kan hierdoor gemist worden.
Ten derde ontstaat er een ongelijk speelveld tussen Vlaanderen en Wallonië waar deze aftrekmogelijkheid wel blijft bestaan.
Tenslotte merkt de SERV op dat dit moeilijk te rijmen valt met een nulheffing op de import van gevaarlijke afvalstoffen.
3.2 Afdeling 5. BRV-fonds: omvorming Grondfonds en inkanteling Rubiconfonds en Vernieuwingsfonds
De SERV onderschrijft het voorstel tot oprichting van een BRV-fonds via omvorming van het Grondfonds en inkanteling van het Rubicon- en het Vernieuwingsfonds. Dit bevordert de transparantie van de geldstromen en biedt tegelijk opportuniteiten voor een meer geïntegreerde en efficiëntere beleidsvoering. Tegelijk dringt de raad aan op een definitieve beslissing inzake het instrumentendecreet, die zal immers in belangrijke mate de middelen van het BRV-fonds en bijhorende uitvoering van het BRV mee bepalen."