OVAM publiceert haar verslag over tarieven en capaciteiten van verwerkingsinstallaties
Een van de belangrijkste conclusies is dat er in Vlaanderen een tekort aan verbrandingscapaciteit van bijna 80.000 ton is voor huishoudelijk en vergelijkbaar bedrijfsafval (afval dat onder het Vlaamse HAGBA-plan valt). Dit tekort zou weggewerkt worden door de nieuwe Bionerga-installatie (+110.000 ton) en het opnieuw operationeel worden van de IVM-installatie (+50.000 ton).
Wat stortplaatsen betreft, is er nog voldoende capaciteit aan categorie I-stortplaatsen voor de komende 16 jaar en voor 10 jaar als het over de categorie II-stortplaatsen gaat. In tegenstelling tot Wallonië, dat zich tegen eind 2019 in een rampzalige situatie zal bevinden, heeft Vlaanderen een toekomstvisie voor deze verwijderingsinstallaties.
Tegelijk exporteert Vlaanderen 197.994 ton naar verbrandingsinstallaties buiten Vlaanderen (45% in het buitenland) en 167.619 ton naar coverbrandingsinstallaties (98% in Wallonië). In totaal wordt dus 365.613 ton in een andere regio of staat verbrand.
Huishoudelijk en gemeentelijk restafval vertegenwoordigt 34% van die hoeveelheid. Bedrijfsafval dat duidelijk als zodanig herkenbaar is, neemt ongeveer 40% voor zijn rekening. Ter herinnering: in Vlaanderen bestaat er, in tegenstelling tot in Wallonië, geen enkele wetgeving die openbare operatoren verplicht tot een publiek-private samenwerking bij de verwerking van bedrijfsafval.
Huishoudelijk afval wordt aangerekend aan 118,25 €/ton (+6,2%), bedrijfsafval met een hoge calorische waarde aan 95,84 €/ton (+0,3%) en bedrijfsafval met een lage calorische waarde aan 131,22 €/ton (+0,9%). Deze tarieven houden geen rekening met de niet-aftrekbaarheid van milieubelastingen in het kader van de vennootschapsbelasting of, in voorkomend geval, van gemeentelijke of provinciale opcentiemen.
De zeven categorie II-stortplaatsen hebben 776.103 ton (+27,1%) gestort. In het verslag wordt voor elke locatie de verhoging toegelicht. Er werd geen buitenlands afval gestort, maar wel 63.749 ton uit Brussel of Wallonië.
Het gemiddelde tarief voor huishoudelijk afval (er wordt nog steeds 15 362 ton gestort) bedraagt 106,21 €/ton (-13%), terwijl dit voor bedrijfsafval 97,21 €/ton (-33%) is. Deze tarieven houden geen rekening met de gemeentelijke of provinciale opcentiemen en de niet-aftrekbaarheid van de vennootschapsbelasting.
Nu over de twee categorie III-stortplaatsen: er werd in 2018 in totaal 1.318 ton gestort, aan een gemiddeld tarief van 45 €/ton.