Overuren in België: wat verandert er en wat betekent dit voor werkgevers?
Overuren zijn een van de meest gebruikte manieren om pieken in de werklast op te vangen, maar de regelgeving is de voorbije jaren grondig gewijzigd. Sinds 1 april 2026 geldt een nieuwe, structurele regeling voor vrijwillige overuren (wet van 18 mei 2026, Belgisch Staatsblad 1 juni 2026). Op 9 juli 2026 keurde de Kamer bovendien het fiscale luik van deze hervorming definitief goed. Dit artikel zet de belangrijkste spelregels op een rij.
Wat is een overuur?
De wettelijke arbeidsduur in België bedraagt in principe 38 uur per week, en elk uur dat een voltijdse werknemer bovenop zijn normale uurrooster presteert, wordt als overuur beschouwd. Concreet mogen medewerkers doorgaans niet meer dan 9 uur per dag en 40 uur per week presteren, met een gemiddelde van 38 uur per week op jaarbasis. Wordt die grens overschreden, dan spreekt men van overuren.
Er bestaan twee grote categorieën: klassieke (onvrijwillige) overuren, op initiatief van de werkgever, en vrijwillige overuren, op initiatief van de werknemer.
1. Klassieke overuren
- Overloon: in principe geeft een overuur recht op een loontoeslag van 50%, en 100% wanneer het overuur op een zon- of feestdag wordt gepresteerd. Concreet is dat overloon pas verschuldigd wanneer de werknemer meer dan 9 uur per dag of 40 uur per week werkt (of de eventueel verschoven grenzen).
- Inhaalrust: naast het overloon heeft de werknemer meestal ook recht op compenserende rust.
- Interne grens: een werknemer mag maximaal 143 overuren cumulatief presteren binnen de referteperiode waarin de gemiddelde wekelijkse arbeidsduur moet worden gerespecteerd. Wordt die grens bereikt, dan moet eerst inhaalrust worden opgenomen. Een sector-cao kan dit maximum optrekken.
- Absolute grenzen: in principe mag niet meer dan 11 uur per dag en 50 uur per week worden gewerkt, met uitzonderingen zoals bij overmacht.
2. Vrijwillige overuren: de nieuwe regeling sinds 1 april 2026
Het vroegere duale systeem (gewone vrijwillige overuren + tijdelijke "relance-uren") is volledig verdwenen en vervangen door één uniform systeem.
- Contingent: een werknemer kan voortaan maximaal 360 vrijwillige overuren per kalenderjaar presteren, zonder dat daarvoor een specifieke reden nodig is en zonder verplichte inhaalrust.
- Netto-gedeelte: van deze 360 uren kunnen 240 uren "netto" worden uitbetaald: geen overloontoeslag, geen RSZ-bijdragen en geen bedrijfsvoorheffing (bruto = netto). Voor de uren die van deze vrijstelling genieten, mag géén overloon worden toegekend.
- Belast gedeelte: de resterende 120 uren worden belast als klassieke overuren en geven wél recht op de normale overloontoeslag. Geen impact op interne grens: vrijwillige overuren tellen niet mee voor de interne grens van 143 uur die inhaalrust doet ontstaan.
- Formaliteiten: de werknemer moet vooraf schriftelijk instemmen en dat akkoord blijft één jaar geldig met stilzwijgende verlenging.
- Deeltijdse werknemers: deeltijdse werknemers kunnen enkel vrijwillige overuren presteren als er een tijdelijke vermeerdering van werk is én zij al minstens drie jaar deeltijds werken bij hun werkgever. Werknemers in tijdskrediet of met een verminderde arbeidsduur in het kader van thematisch verlof kunnen helemaal geen vrijwillige overuren presteren.
3. Nieuw (9 juli 2026): het fiscale luik definitief goedgekeurd
Naast de arbeidsrechtelijke regeling (die al sinds juni 2026 in het Staatsblad staat) moest het fiscale luik van deze hervorming nog apart door het parlement. Dat gebeurde via het Wetsontwerp tot hervorming van de personenbelasting (Kamer, stuk 56-1243). De Kamer van Volksvertegenwoordigers keurde deze belastinghervorming tijdens de zitting op 9 juli 2026 officieel goed (de wet is nog niet verschenen in het Staatsblad).
Concreet bevestigt en verankert deze wet:
- De belastingvrijstelling van 240 van de 360 vrijwillige overuren, op voorwaarde dat er geen overwerktoeslag wordt betaald.
- De permanente verhoging van het algemeen fiscaal gunstregime voor overuren met overloontoeslag van 130 naar 180 uur per jaar, vanaf 2026.
- Verduidelijkingen van de sector-specifieke verhogingen voor de bouwsector, het hotelbedrijf, en wegen- en spoorwegwerken.
Met deze stemming valt het laatste puzzelstukje op zijn plaats: zowel het arbeidsrechtelijke kader (360/240/120-verdeling, geen inhaalrust, geen impact op de interne grens) als de fiscale behandeling ervan (belastingvrijstelling + verhoogd gunstregime) zijn nu definitief bekrachtigd door het parlement. Publicatie in het Belgisch Staatsblad volgt normaliter op korte termijn.
Wat betekent dit voor werkgevers?
- Flexibiliteit: sneller inspelen op pieken zonder zware procedures en een groot deel van de overuren valt onder het systeem zonder overloon, wat de directe loonkost kan verlagen.
- Minder administratie: jaarlijkse akkoorden in plaats van halfjaarlijkse.
- Blijvende verplichtingen: schriftelijk akkoord en correcte opvolging blijven essentieel. Zonder goed zicht op de gepresteerde overuren riskeren bedrijven de werkdruk en de kosten verkeerd in te schatten.
- Rechtszekerheid: met de definitieve fiscale goedkeuring valt een groot deel van de onzekerheid weg die er sinds begin 2026 was over de exacte fiscale behandeling.
- Toekomst: vanaf 1 januari 2027 wil de regering een algemene verplichting invoeren om de arbeidstijd te registreren.
In de praktijk: hoe pas je dit toe?
- Ga na welk type overuur van toepassing is: dit bepaalt of overloon en/of inhaalrust verschuldigd zijn.
- Zorg voor een schriftelijk akkoord voor vrijwillige overuren (één jaar, stilzwijgend verlengbaar).
- Houd de tellers correct bij: 360 uur contingent (waarvan 240 netto), interne grens van 143 uur, fiscaal plafond van 180 uur.
- Check je sectorale cao: sommige paritaire comités kunnen afwijkende regels voorzien. Denuo-leden doen er goed aan hun eigen cao te raadplegen.
- Bereid je voor op de registratieverplichting vanaf 2027.