PFAS-overleg VMM, GOP en OVAM creëert geen ruimte voor sectorale totaalnorm

PFAS-overleg tussen VMM, GOP, OVAM en Denuo
Op 16 augustus heeft Denuo samengezeten met de OVAM, VMM en GOP (Departement Omgeving = vergunningverlening) rond PFAS. Dit was een gevolg van de discussienota PFAS die door de staff werd opgesteld en in vertrouwen werd gedeeld met de OVAM.
Terwijl de OVAM de deur heeft geopend om het gesprek aan te gaan met de andere bevoegde administraties over de potentiële blokkering van de hele sector door de PFAS-problematiek, moeten we vandaag vaststellen dat er weinig tot geen openheid bestaat aan de kant van de VMM om af te stappen van de meest restrictieve interpretatie van de Kaderrichtlijn Water.
Wettelijk vastgelegde sectornormen onmogelijk
Uit de discussie op 16 augustus volgen een aantal ontnuchterende conclusies:
VMM en GOP achten het onmogelijk om in VLAREM sector-specifieke normen voor PFAS vast te leggen omdat de Kaderrichtlijn Water dit zou verbieden ("het bad zit vol"-interpretatie VMM)
VMM spreekt over de in opmaak zijnde BBT-studie PFAS Water alsof die al een correcte weergave van de stand van zaken is en gaat ervan uit dat onze sector BBT+ maatregelen moet nemen. Dat betekent dat verder moet gegaan worden dan de huidige best beschikbare technieken (met beperkte aandacht voor de economische haalbaarheid).
VMM is van mening dat om de PFAS-problematiek een halt toe te roepen, producenten en gebruikers van PFAS geconfronteerd moeten worden met de kosten die de PFAS-verontreiniging veroorzaakt. VMM lijkt erop te wijzen dat onze sector de bijkomende kosten voor de verwijdering van PFAS maar hoeft door te rekenen en dat producenten zich dan wel zullen aanpassen. Een blokkering of de verschuiving naar verwerking over de grens lijken zij niet te zien als een te vermijden situatie, maar een nuttige tool om verandering teweeg te brengen.
Om enige flexibiliteit in de toekenning van een PFAS-norm boven de detectielimiet te verkrijgen zal volgens GOP en VMM iedere onderneming individueel moeten aantonen dat alle mogelijke technieken voor verwijdering van PFAS worden toegepast of getest en dat studiewerk wordt verricht om in de toekomst een lagere norm toe te passen.
Uit het overleg volgt dat de VMM en GOP enkel bereid zijn om de volgende pistes te onderzoeken tegen september 2023:
de mogelijkheid voor bedrijven om in hun vergunningsaanvraag bedrijfsafvalwater een totaalnorm voor korte keten PFAS (bijvoorbeeld C3-C5) aan te vragen die duidelijk aangeeft welke molecules in scope zijn, maar waarbij de detectielimiet voor één molecule kan overschreden worden zolang de som van alle korte keten molecules onder de toegekende norm blijft. De VMM geeft de indruk dat een totaalnorm in die zin (enkel korte keten) van 5 à 6 microgram/l veel te hoog is en dat men eerder richting normen tussen de detectielimiet (0,2 nanogram/l) en de drinkwaternorm (0,5 microgram/l) zal adviseren bij vergunningsaanvragen in onze sector.
de mogelijkheid om via regelgeving de afvalproducent te verplichten om aan te geven welke zorgwekkende stoffen vermoedelijk aanwezig zijn in de te verwerken afvalstroom. Dit zou oneerlijke concurrentie tussen bedrijven met en zonder een (streng) acceptatiebeleid kunnen helpen voorkomen.
Denuo hoopt een eerste feedback van de VMM en GOP over beide punten te krijgen in de eerste week van september 2023. Daarom organiseren we op 19 september een Taskforce PFAS waar de gevolgen van deze politiek van de Vlaamse overheid op onze sector in de diepte met de leden kan besproken worden. Wij nodigen alle betrokken leden uit om zich in te schrijven voor de taskforce via onze website.