PFAS in Wallonië: Minister Tellier beantwoordt vragen in parlement

Ook in Wallonië is er verontreiniging met PFAS vast te stellen. Tot op heden is er echter minder duidelijkheid over de omvang van de uitdaging en de maatregelen die bevoegd minister Céline Tellier wenst te ondernemen.
Via een parlementaire vraag die op 1 maart werd beantwoord, komt er nu al een beetje meer duidelijkheid, maar er is nog veel werk voor de boeg volgens de minister:
"Het meten van PFAS in het milieu is voor mij een prioriteit.
Vóór 2021 was er in Wallonië slechts één bodemonderzoek uitgevoerd naar PFAS, zonder dat er een verontreiniging werd vastgesteld.
Op mijn initiatief heeft mijn administratie in 2021 een statusrapport over deze stoffen opgesteld en sindsdien zijn er verschillende coördinatievergaderingen gehouden.
Aangezien deze stoffen niet zijn opgenomen in het standaardpakket van analyses van de verontreinigende stoffen die herhaaldelijk in de bodemonderzoeken worden aangetroffen, zijn bij deze gelegenheid grenswaarden vastgesteld voor twee PFAS. Deze grenswaarden zijn vervolgens in december 2020 onder de erkende deskundigen verspreid.
In juli 2021 en vervolgens in oktober 2022 werden aanvullende aanbevelingen naar de erkende deskundigen gestuurd om regels voor goede praktijken te verspreiden voor het in aanmerking nemen van PFAS in hun studies. Deze aanbevelingen hebben geleid tot veldonderzoeken en verscheidene studies lopen nog.
Wat de analyse van PFAS in door bedrijven geloosd water betreft, worden deze lozingen sinds 2021 geanalyseerd. Er is dus onvoldoende tijdsverloop om een statistische analyse van de resultaten te maken.
Wat de metingen op zout water betreft, heeft het Waalse Gewest geen zout water. Ik kan dus geen resultaten meedelen.
Wat zoet oppervlaktewater betreft, is de norm van 0,65 nanogram per liter voor één van de PFAS, PFOS, een norm die is vastgesteld voor een jaargemiddelde. Er is geen norm voor de andere PFAS en geen wettelijke verplichting om deze te analyseren. Het PFOS-meetnet bestaat sinds 2019 uit 54 meetpunten op de rivieren. Over deze periode is te zien dat op basis van de jaargemiddelden iets meer dan de helft van de meetpunten de bovengenoemde norm overschrijdt.
Om over een meer gedetailleerde analyse van de PFAS-problematiek te beschikken, werd de analyse van 5 PFAS geïntegreerd in het project PPB-Wal, dat tot doel heeft de aanwezigheid en de impact van verschillende verontreinigende stoffen in de Waalse wateren te bestuderen. Deze studie, uitgevoerd op dezelfde meetpunten als de PFOS, betrof meer dan 700 monsters tussen 1 januari 2019 en 31 december 2020. De resultaten zijn dat PFAS aanwezig zijn in elk geanalyseerd monster, maar dat geen van de resultaten de door de regelgeving vastgestelde maximaal toelaatbare concentratie overschrijdt. PFOS en PFOA zijn aanwezig in meer dan 75% van de genomen monsters. De gemiddelde en mediane somconcentraties voor de 5 geanalyseerde PFAS variëren respectievelijk van 1,85 tot 5,03 ng/l en van 1,12 tot 1,93 ng/l.
Met betrekking tot de biotanorm (bioaccumulatie in visweefsel) kan ik hier natuurlijk geen samenvatting geven van de ISSeP-onderzoeken die in 2016 zijn gestart. De mediaanwaarde van de 198 door het ISSeP uitgevoerde analyses bedraagt 1,65 µg/kg vers gewicht en er werden 11 overschrijdingen van de milieukwaliteitsnorm (9,1 µg/kg) vastgesteld voor 10 waterlopen verspreid over ons grondgebied, wat het alomtegenwoordige karakter van de aangetroffen PFOS bevestigt.
Wat de vergunningen en maximumhoeveelheden voor de lozing van PFAS door bedrijven betreft, bestaan er geen officiële lozingsnormen. Wel zijn er voorschriften voor analyses van lozingen met tussenpozen van zes maanden. De grenswaarde is 25 µg/l als daggemiddelde, de referentie die door onze Franse buren wordt gehanteerd.
Voor de afvalsector is er een CBBT(Conclusies over de beste beschikbare technieken) die een halfjaarlijkse analytische controle van twee PFAS (PFOS en PFOA) voorschrijft.
Deze analytische monitoring wordt dan ook toegepast in de milieuvergunningen.
Bovendien heb ik mijn administratie opgedragen de monitoring van deze stoffen voort te zetten, het monitoringnetwerk uit te breiden en de controles te versterken. De waakzaamheid zal ook worden voortgezet via de tweede fase van de Waalse biomonitoring, die in de komende maanden zijn resultaten moet opleveren. Wat drinkwater betreft, zal ik de monitoring van PFAS in drinkwater dit jaar financieren, dus een jaar eerder dan de bepalingen van de waterrichtlijn voorschrijven.
Kortom, gezien deze situatie is het noodzakelijk een aanpak te steunen die het voorzorgsbeginsel met betrekking tot deze stoffen combineert met een ferme houding tegenover de chemische industrie, die deze stoffen beter onder controle moet houden, door de gezondheid van de burgers te bewaken en hun blootstelling aan deze stoffen te verminderen. Zo heb ik op federaal niveau het ontwerp van koninklijk besluit gesteund dat het op de markt brengen van plastic voorwerpen die PFAS bevatten verbiedt en blijf ik pleiten voor een breed verbod op het op de markt brengen van deze stoffen op Europees niveau. Het is immers door aan de bron te werken, d.w.z. door het op de markt brengen te verbieden, dat we erin zullen slagen deze eeuwige vervuilers te bestrijden."