Problemen bij toepassing ADR en vervoer vanuit havens - Denuo bekijkt mogelijke oplossingen

Denuo werkt samen met de havens aan een specifieke oplossing
In de loop van december 2021 had Denuo, samen met de havens, een overleg met de ADR-administratie in het kader van de toepassing van het ADR bij het vervoer van scheepsafval van de loskaai naar de sorteerders.
Overeenkomstig art. 4.3.2 van VLAREMA moet KGA van bedrijven verplicht gescheiden worden aangeboden, maar omdat zeeschepen tijdens hun normale bedrijfsvoering op zee evenwel onder MARPOL vallen (dat geen scheidingsplicht oplegt - MARPOL heeft zelfs geen definitie voor KGA), zijn ze niet verplicht hun scheepsafval gescheiden te houden, ook al wordt dit meer en meer gestimuleerd, onder meer via de bepalingen van de (nieuwe) afvalbeheersplannen.
Om de milieuvriendelijke verwerking (recyclage) van scheepsafval te faciliteren, wordt in art. 5.2.10.2 van VLAREMA (= implementatie van art. 4.2. van richtlijn 2019/883) opgelegd dat havenontvangstvoorzieningen de mogelijkheid voorzien om gescheiden in te zamelen. Ze kunnen dit doen volgens de in MARPOL omschreven afvalcategorieën. Daarom werd in art. 4.3.4 van VLAREMA ook opgenomen dat als deze MARPOL-categorieën (aangevuld met een aantal andere stromen zoals klein gevaarlijk afval) afkomstig van de zeevaart gescheiden worden aangeboden, ze bij ophaling door de inzamelaar ook gescheiden moeten worden ingezameld. Worden deze afvalstoffen door het schip niet gescheiden aangeboden, mag de inzamelaar ze dan ook gemengd inzamelen.
Voor de havenontvangstvoorzieningen/ophalers is een gescheiden afgifte van KGA echter wel noodzakelijk om, indien van toepassing, te kunnen voldoen aan het Europees verdrag betreffende vervoer van gevaarlijke goederen over de weg (ADR) of over de binnenwateren (ADN).
Om te kunnen voldoen aan de ADR/ADN-verplichtingen dienen transporteurs van afval te weten welke gevaarlijke afvalstoffen ze vervoeren en dienen deze ook correct verpakt en gelabeld te worden aangeboden. Dit valt echter onmogelijk uit te klaren op de kaaien van de terminals, nu de nodige installaties daar niet ter beschikking zijn.
Denuo voerde eerste verkennende gesprekken met de ADR-administratie omtrent deze problematiek en werd gevraagd om aan de ADR-administratie een kort overzicht van de geldende regelgeving rond schepen en scheepsafval over te maken, samen met een overzicht van de betrokken havenspelers, de gevaarlijke stoffen waarvan meestal sprake, en in de mate van het mogelijk een indicatie van de betrokken hoeveelheden.
Dit alles zou moeten toelaten om met kennis van zaken in een volgende fase mogelijke oplossingen voor deze problematiek verder te bespreken.