Rechtbank fluit OVAM terug over exportverbod brandbaar afval

Enkele maanden geleden werd Denuo als federatie gedagvaard in gedwongen tussenkomst door AVR in een procedure tegen de OVAM voor de rechtbank van eerste aanleg te Mechelen.
AVR stelde in zijn eis dat de OVAM wederrechtelijk optrad en haar economische activiteit beschadigt door gedurende specifieke periodes in 2022 en 2023 een exportverbod op te leggen op brandbaar (hoofdzakelijk bedrijfsmatig) afval van Vlaanderen dat onder een goedgekeurde kennisgeving naar AVR zou worden afgevoerd.
Op 5 december 2023 heeft de rechtbank van eerste aanleg zijn vonnis geveld. Dit kan op meerdere onderwerpen een grote impact hebben omwille van de duidelijke bewoordingen die de rechtbank gebruikt:
'OVAM interpreteert "gemengd stedelijk afval ingezameld van particuliere huishoudens [in artikel 11 en 3.5 EVOA] bewust zeer ruim (zoals erkend in haar e-mails van 22 september en 23 november 2022). Zij meent dat ook afval van gemengde oorsprong hieronder valt, zolang er ook maar een minimum aan huisvuil tussen zit of zelfs kan tussen zitten. Deze ruime interpretatie strookt niet met de bepalingen van KRA en EVOA. In de definitie van stedelijk afval wordt duidelijk een onderscheid gemaakt tussen stedelijk afval van huishoudens enerzijds en stedelijke [sic] afval uit andere bronnen vergelijkbaar met afval van huishoudens anderzijds.'
'Uit het feit dat in artikel 3.5 EVOA achter codenummer "20 03 01 " wel expliciet staat dat het om (huis)vuil afkomstig van particuliere huishoudens moet gaan, leidt de rechtbank af dat de Europese regelgever in artikel 3.5 EVOA bedrijfsafval heeft willen uitsluiten. Had de Europese regelgever hier ook bedrijfsafval geviseerd (aanwezigheid in hoofdzaak of accessoir), dan had zij zich beperkt tot vermelding "gemengd stedelijk afval" en/of had zij achter de vermelding van de code "20 03 01" niet expliciet toegevoegd "ingezameld van particuliere huishoudens" of toch minstens erbij vermeld "en van gemengde oorsprong". [...] Artikel 3.5 EVOA vindt dan ook maar toepassing in geval het gaat om afval uitsluitend afkomstig van particulier huishoudens, minstens hoofdzakelijk, maar zeker niet wanneer het gaat om afval van gemengde oorsprong waarbij bedrijfsafval de hoofdzaak is en huisvuil slechts secundair en zeer beperkt aanwezig is, en al zeker niet wanneer de aanwezigheid van huisvuil slechts "niet uitgesloten kan worden". Artikel 3.5 in samenhang met artikel 11 EVOA betreffen een uitzonderingsregime dat restrictief geïnterpreteerd moet worden.'
'Het kan dan ook niet de bedoeling zijn om een verbod op te leggen op overbrengingen van afval dat uitsluitend of alleszins hoofdzakelijk bestaat uit bedrijfsafval.'
'Deze principes [van nabijheid en zelfvoorziening] zijn dienvolgens (eveneens) enkel van toepassing op uitsluitend, of alleszins hoofdzakelijk, gemengd stedelijk afval afkomstig van particuliere huishoudens, zonder vermenging van betekenis met afval van een andere oorsprong. Overbrengingen van hoofdzakelijk bedrijfsafval kunnen niet om redenen van de beginselen van nabijheid en zelfvoorziening verboden worden.'
'Ter zitting bevestigden RENEWI en DENUO ook dat de "richtlijnen" van OVAM de facto afdwingbaar zijn, en dat de juridische draagwijdte ervan niet ter discussie staat. Op deze manier legt OVAM telkens een algemeen exportverbod op zonder dat zij hiervoor over een rechtsgrond beschikt. Opgemerkt wordt hierbij ook dat OVAM in geen van deze dossiers een bezwaar heeft ingediend overeenkomstig artikel 11 EVOA, waardoor elke verantwoording ontlopen wordt, en wat leidt tot verdoken protectionisme. Bovendien schendt OVAM hiermee de beginselen van behoorlijk bestuur doordat zij juridisch niet-correcte informatie verstrekt en een verkeerde veronderstelling in de hand werkt.'
De OVAM kan tegen dit vonnis beroep aantekenen. Als dit gebeurt zullen wij hierover berichten.
Het volledige vonnis kan u hier lezen.