Resultaten VIL-project Urban Waste Collection
Afgelopen dinsdag organiseerde het VIL (Vlaams Instituut voor de Logistiek) een webinar waarin de resultaten voorgesteld werden van het onderzoeksproject Urban Waste Collection. Verschillende van onze leden namen hieraan deel, evenals afvalintercommunales en lokale besturen.
De afvalophaling in dorps- en stadskernen wordt steeds moeilijker door een wildgroei aan regels opgelegd door de lokale besturen en een gebrek aan uniformiteit inzake vergunningen. Zo zijn er verschillende tijdsvensters, lage emissiezones, tonnage- en lengtebeperkingen, circulatieplannen, etc. Deze regels worden bovendien vaak afgedwongen door ANPR-camera’s die onze leden-ondernemingen vaak boetes bezorgen, omdat de nummerplaten van hun vrachtwagens niet op de lijst van toegestane voertuigen staan. Momenteel bespreken we deze problematiek met het kabinet van minister Lydia Peeters. Daarnaast is er nog een uitdaging om meer in de ‘dagrand’ te gaan werken. Zo is stiller rijdend materiaal een must om geluidsoverlast voor buurtbewoners tot een minimum te beperken. Het is algemeen de verwachting dat de toegang tot de kernen in de toekomst nog méér gereglementeerd zal worden.
VIL definieerde verschillende ‘oplossingsrichtingen’ om de logistiek van urban waste collection te verbeteren:
Een eerste was de uitbouw van een ‘hub in de stadsrand’. Het probleem hierbij is vooral de rendabiliteit van de ritten.
Een tweede oplossingsrichting betreft het werken met een ‘neutrale’ wagen, waarbij verschillende operatoren gebruik maken van eenzelfde transportmiddel. In Haarlem loopt hierrond een proefproject met o.a. Renewi en SUEZ. Dit systeem lijkt enkel goed te kunnen werken als binnen een bepaalde regio alle operatoren zich inschrijven in het systeem van een neutrale wagen. Dat maakt het rendabeler en vermijdt oneerlijke concurrentie. Een oplossing voor dit laatste zou het toekennen van lokale monopolies kunnen zijn, zoals bv. in Amsterdam.
Een derde oplossingsrichting, die door de projectdeelnemers weerhouden werd, is het systeem van ‘omgekeerd inzamelen’. Het principe is dat de afvalontdoener zijn restafval zélf naar een inzamelpunt brengt en de recycleerbare stromen huis-aan-huis opgehaald worden.
In Waregem zetten Vanheede, IMOG en A3 Verhuur een proefproject op het getouw, waarbij A3 Verhuur een aantal klanten van Vanheede bediende voor het ophalen van bedrijfsafval. Doel was de kosten te drukken, door de afgelegde kilometers te reduceren. Via een boordcomputer geïnstalleerd in de vrachtwagens van A3 Verhuur werd het afval van de klanten van Vanheede apart gewogen en geregistreerd. Dit resulteerde in een daling van het aantal afgelegde kilometers door Vanheede met 69%.
SUEZ en Renewi zetten een gezamenlijk project ‘Collecting together for you’ op. Daarbij werden in de provincie Oost-Vlaanderen 600 klanten onderling uitgewisseld om te komen tot drie afgebakende zones waarin telkens 1 operator de klanten van beide ondernemingen bediende. Doel was de logistieke kosten te drukken mét behoud van een kwaliteitsvolle dienstverlening. Er zou op jaarbasis 62 ton CO2 bespaard kunnen worden, evenals 40.000 kilometer of 19.200 liter brandstof. Belangrijk is wel een permanent operationele communicatie te hebben en zeker trimestrieel een evaluatie in te plannen. In september volgt een eindevaluatie.
VITO pleitte in een presentatie nogmaals voor meer informatie over de materiaalstromen in de verschillende stadia en het zo vroeg mogelijk afzonderen van zo homogeen mogelijke materiaalfracties. Op onze vraag om de cirkel te sluiten door het garanderen van een afzetmarkt, door het werken met minimale recycled content binnen bepaalde kaders (bv. overheidsopdrachten) werd verbazend genoeg negatief gereageerd. Volgens VITO zorgt het opleggen van minimumnormen “voor het wegvallen van stimuli om de kwaliteit van recyclaten te verbeteren”. Jammer dat VITO niet gelooft in de werking van een vrije concurrentie om tot een voortdurende kwaliteitsverbetering te komen. Gelukkig zit de OVAM hier op onze lijn.
Meer info vindt u hier.