Sociale verkiezingen 2020 - wat is nieuw?
De wet van 4 april 2019 die de procedure van de sociale verkiezingen 2020 wijzigt, omvat twee belangrijke wijzigingen: stemrecht voor uitzendkrachten (onder bepaalde voorwaarden) en versoepeling van het elektronisch stemmen. Wat wordt door deze wet voorzien?
Een nieuwe referteperiode
Op gelijkluidend advies van de NAR werd de nieuwe referteperiode vastgelegd tussen 1 oktober 2018 en 30 september 2019.
Het is dus het gewoonlijk gemiddeld tewerkgestelde aantal werknemers op dit moment dat in aanmerking wordt genomen om te bepalen of uw onderneming al dan niet bovenstaande drempels heeft gehaald en al dan niet verkiezingen voor de OR of het CPBW moet organiseren.
Het nieuwe trimester voor de berekening van de uitzendkrachten
In een streven naar coherentie met de bovenvermelde nieuwe referteperiode en op gelijkluidend advies van de sociale partners, stemt het trimester waarin de bij de gebruiker tewerkgestelde uitzendkrachten worden geteld, overeen met het tweede trimester 2019, dus tussen april en juni 2019.
Met andere woorden, het gemiddelde van de uitzendkrachten die op dat moment ter beschikking worden gesteld van de gebruikende ondernemingen wordt in aanmerking genomen bij de berekening van de drempel van 100 of 50.
Mogelijke vrijstelling van het bijhouden van het register van de uitzendkrachten
Indien de ondernemingsraad bij unanieme verklaring, opgenomen in de notulen van de vergadering die plaatsvindt tegen 30 mei 2019, vaststelt dat de drempel van 100 is overschreden, kan de gebruikende onderneming worden vrijgesteld van het bijhouden van het register van de uitzendkrachten voor de verkiezingen 2020. Er resten dus nog maar 23 dagen om die verklaring te doen.
Invoering van stemrecht voor uitzendkrachten
Het stemrecht voor uitzendkrachten wordt ingevoerd in de gebruikende onderneming indien aan de volgende twee (cumulatieve) voorwaarden wordt voldaan:
Tussen 1 augustus 2019 en dag X zijn ze er sedert ten minste drie ononderbroken maanden of, in geval van onderbroken tewerkstellingsperiodes, in totaal minstens gedurende 65 arbeidsdagen tewerkgesteld.
Tussen de dagen X en X+77 zijn ze er in totaal minstens gedurende 26 arbeidsdagen tewerkgesteld.
Enkel de hoedanigheid van kiezer wordt toegekend.
Uitzendkrachten kunnen zich niet kandidaat stellen bij de verkiezingen.
Versoepeling van het elektronisch stemrecht
Mits er een akkoord is in de OR, het CPBW of, bij ontstentenis, tussen de werkgever en de vakbondsafvaardiging, kan er vanaf heden elektronisch worden gestemd. De unanimiteitsvereiste voor die beslissing werd geschrapt.
De grote nieuwigheid is dat er elektronisch mag worden gestemd “vanaf de gebruikelijke werkpost via een drager die is aangesloten op het beveiligde netwerk van de onderneming”. De verkiezingen vinden plaats tussen 11 en 24 mei 2020.