Vlaams Regeerakkoord 2024-2029: Samen naar een welvarende afvalsector?

N-VA, Vooruit en cd&v bereiken op 28 september 2024 een regeerakkoord
Op 28 september 2024 hebben drie partijen (N-VA, Vooruit en cd&v) een Vlaams Regeerakkoord kunnen onderhandelen met de titel "Samen werken aan een warm en welvarend Vlaanderen".
Denuo verwelkomt het regeerakkoord en hoopt dat de nieuwe Vlaamse regering nu snel aan de slag zal gaan om de herindustrialisering vorm te geven via een gericht beleid voor de afval- en recyclagesector.
Specifieke aandacht voor de afval- en recyclagesector
Het regeerakkoord bevat een afzonderlijke titel over afvalvermindering, circulair materialenbeleid en zeer zorgwekkende stoffen. Deze titel bevat belangrijke beleidsinitiatieven. Jammer genoeg moeten we twee kanttekeningen maken:
Waarom is de uitdaging van de zorgwekkende stoffen onder dezelfde titel als afval en circulaire economie opgenomen? Onze sector speelt een belangrijke filterrol, maar zorgwekkende stoffen vormen een maatschappijbrede uitdaging die we samen met de hele industrie, landbouw, middenveld en overheid zullen moeten aangaan.
Er is geen enkele verwijzing naar de belangrijke rol die milieuheffingen en stortplaatsen spelen in onze sector. Een punt dat we al via het persbericht eerder op de dag hebben onderlijnd.
Desalniettemin zien we veel voorstellen waar we de komende jaren op kunnen verder bouwen:
We bevorderen ecodesign, de deeleconomie en materialenbeheer om de levensduur van producten te maximaliseren en afval te minimaliseren. Met een van de hoogste recyclingpercentages in Europa zet Vlaanderen in op afvalpreventie, hergebruik, afvalscheiding aan de bron en geavanceerde verwerkingsinfrastructuren.
We blijven voorloper als recyclagehub in Europa en zetten in op innovatie en de ontwikkeling van strategische recyclagefaciliteiten.
Vlaanderen blijft zich als Europees voorloper inzetten op circulaire economie in het algemeen en op haar reputatie als recyclagehub in het bijzonder. Vlaanderen werkt (in uitvoering van de Raw Materials Act) aan een Vlaamse strategie voor grondstoffen- en afvalpreventie om de beschikbaarheid van grondstoffen veilig te stellen en tegelijk de materialenafdruk van Vlaanderen te reduceren.
We verkleinen tegen 2030 het restafval met minstens 30% zoals vastgesteld in het Lokaal Materialenplan. In samenspraak met de sector werkt de OVAM een strategie uit om de capaciteit voor afvalverbranding aan te passen aan het dalende afvalaanbod. We heroriënteren de verwerking van huishoudelijk afval en vergelijkbaar bedrijfsafval naar een hoogwaardiger gebruik. We onderzoeken schaalvergroting van verbrandingsinstallaties.
De productie van biogas en biomethaan blijven we steunen door een systeem van verhandelbare garanties van oorsprong.
Een schoon en gezond leefmilieu begint bij het voorkomen van vervuiling, met als sluitstuk het principe dat de vervuiler betaalt.
Om groei en welvaart te bevorderen treedt de Vlaamse overheid op als een civil servant, die oplossings- en klantgericht werkt en kansen creëert. [...] Als neutrale en oplossingsgerichte overheid bewaakt ze op elk moment het algemeen belang, de gezonde leefomgeving en de welvaartscreatie voor elke Vlaming. Vlaanderen blijft immers inzetten op een gezonde leefomgeving. Wel pleiten we voor realiteitszin in het beleid en dringen we er
bij het Europese niveau op aan om rekening te houden met de unieke eigenheid van Vlaanderen inzake bevolkingsdichtheid en industrialisatiegraad.Het verminderen van regeldrift en administratieve lasten wordt altijd vooropgesteld bij het uittekenen van het (omgevings)beleid.
Vlaanderen gaat voor een rechtszeker kader voor de lozing van micropolluenten, rekening houdend met de kosten en baten.
We blijven streven naar een asbestveilig Vlaanderen tegen 2040. Jaarlijks stellen we de benodigde middelen beschikbaar om dit doel te bereiken en evalueren we ons Actieplan Asbestafbouw 2023.
We blijven ijveren voor een Europese uitfasering van PFAS op voorwaarde dat er voor de toepassing een gelijkwaardig en mens- en milieuvriendelijk alternatief voorhanden is.
Het PFAS-actieplan en plan Zeer Zorgwekkende Stoffen worden omgezet in concrete acties om de veiligheid en gezondheid van de burgers te beschermen op een manier die ruimte blijft bieden aan de realisatie van industriële projecten. Daarbij zetten we in op een gebiedsspecifieke en kostenefficiënte risicogebaseerde aanpak, die een werkbaar evenwicht vormt tussen bescherming van mens en milieu, bescherming van strategische sectoren, milieuwinst en maatschappelijk verantwoorde uitgaven. Vanuit dezelfde principes geven we een Vlaams-breed Handelingskader PFAS vorm.
Vlaanderen gaat voor rechtszekere, technisch haalbare en op aanvaardbare risico’s gebaseerde normen voor zeer zorgwekkende stoffen in bodem, water en lucht die bedrijven, projecten en bouwwerken doorgang laten vinden zonder het milieu en de volksgezondheid in het gedrang te brengen. Hierbij worden ook de kosten-baten in afweging genomen.
We beogen de invoering van uitgebreide producentenverantwoordelijkheid voor PFAS en andere schadelijke stoffen en zetten samen met de federale overheid en andere gewesten het traject verder om een sectorfonds op te richten ter financiering van de schade door zeer zorgwekkende stoffen zoals PFAS.
Naast recyclagecapaciteit is het nodig om het gebruik van secundaire grondstoffen te stimuleren. We evalueren de procedure voor grondstofverklaring en werken eventuele drempels weg. We bewaken een level playing field tussen primaire en secundaire grondstoffen en werken binnen Europa aan een eenvormig kader in functie van export.
Naar het voorbeeld van Frankrijk ijvert Vlaanderen voor een Europees verbod op de vernietiging van onverkochte, herbruikbare, herstelbare, recycleerbare en recupereerbare goederen.
Vlaanderen maakt producenten mee verantwoordelijk voor het beheer van materialen en zeer zorgwekkende stoffen, door de beoogde invoering van de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid naar nieuwe waardeketens, zoals textiel en PFAS-houdende producten.
We finaliseren zo snel mogelijk de samenwerkingsovereenkomst met de andere gewesten voor de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid voor bepaalde afvalstromen en voor zwerfvuil.
In de strijd tegen zwerfvuil kiezen we voor effectieve en voor de burger haalbare maatregelen.
We objectiveren de rapportage over de inzamel- en recyclagecijfers van Fostplus via internationale standaarden (EuroStat).
Via het stimuleren van de sociale circulaire economie zorgen we voor sociale tewerkstelling die een bijdrage levert aan het milieu. We ondersteunen verder de werking van kringloopcentra.
We evalueren de werking van het platform ‘Vlaanderen Circulair’ met als uitgangspunt het creëren van meerwaarde voor onze ondernemingen.
Flankerend beleid
Op economisch vlak zal de Vlaamse Overheid transversaal op volgende punten werken.
De productiviteit en concurrentiekracht van onze economie duurzaam te versterken.
Onze steun te richten op strategische sectoren met veel toekomstpotentieel en toegevoegde waarde.
Een ondernemers- en kmo-vriendelijke overheid te realiseren door onder andere meer rechtszekerheid, minder administratieve lasten en onze steuninstrumenten te vereenvoudigen en optimaal in te zetten.
Extra te investeren in onderzoek & ontwikkeling en tegelijkertijd in te zetten op een sterkere economische valorisatie.
Om uitvoering te geven focust de Vlaamse regering op 4 strategische doelstellingen: productiviteitsgroei, duurzame groei, digitale transitie en strategische autonomie.
Daarnaast zijn er nog een aantal concrete voorstellen die als flankerend beleid ook een impact zullen hebben op onze sector.
Ons beleid wordt gebaseerd op het bereiken van doelstellingen. We werken daarbij maximaal technologieneutraal.
We verdedigen proactief de Vlaamse belangen in komende EU-initiatieven voor die strategische sectoren. We gebruiken ook een geïntegreerde aanpak om bestaande EU-initiatieven als hefboom voor Vlaams beleid te gebruiken (Net-Zero Industry Act, Critical Raw Materials Act…).We zetten veel meer in op de belangenbehartiging van Vlaanderen op het Europese niveau. De leidraad daarbij is de productiviteit, gelijk speelveld en concurrentiepositie van de Vlaamse bedrijven. De Vlaamse Regering onderschrijft de uitgangspunten van het principe van no gold-plating. De Vlaamse overheid legt zelf geen hogere standaarden, doelen of normen bij de omzetting van Europese of andere internationale regelgeving naar Vlaamse regelgeving om de Vlaamse economie en concurrentiepositie niet te ondergraven.
Bij de implementatie van EU-richtlijnen gaat Vlaanderen in het belang van ons economische weefsel niet ruimer of strenger dan strikt noodzakelijk is. We volgen daarom proactief Europese dossiers met grote impact op de Vlaamse economie.
We starten een traject op in alle beleidsdomeinen met alle belanghebbenden om op zoek te gaan naar welke regels vereenvoudigd of geschrapt kunnen worden. Dat traject moet uiterlijk eind 2025 resulteren in concrete vereenvoudigingsvoorstellen zonder het algemeen belang te schenden.
Door een doorgedreven toepassing van het only once-principe vermijden we beschikbare informatie een tweede keer op te vragen bij burgers of bedrijven.
Als Vlaamse Regering pleiten we actief voor het herstel van een ‘gelijk speelveld’ op Europees niveau van de staatssteunregels. We streven daarom naar een stabiel en minimalistisch staatssteunkader dat de integriteit van de interne markt borgt.
Als overheid moeten we vertrouwen verdienen en vertrouwen geven. De overheid wil en kan niet alles oplossen door alles in regeltjes gieten. Die overregulering, bestuurlijke verrommeling en administratieve en politieke verkokering aanpakken, loopt als een rode draad door het regeerakkoord. Vanaf de start van de regeerperiode legt de minister-president een plan vast voor de broodnodige administratieve vereenvoudiging. Alle betrokken ministers, middenveld, maatschappelijke actoren… worden mee verantwoordelijk gesteld om de oefening te laten slagen.
Rechtszekere overheidsbeslissingen zijn een horizontale doelstelling over alle bevoegdheden. Samen met experts en het middenveld houden we het vergunningenbeleid tegen het licht om ook daar drempels weg te nemen. Door de introductie van het principe van agents of change stellen we paal en perk aan de lawine van bezwaarmogelijkheden tegen bestaande activiteiten.
We onderzoeken de steun voor grote projecten in onze havens met betrekking tot CO2-afvang met permanente opslag (CCS) en het gebruik van afgevangen CO2 (CCU).
We ondersteunen de ontwikkeling, het duurzame gebruik en de optimale benutting van bedrijventerreinen via een actief beheer ervan, en actualiseren daarvoor de VLAIO-reglementering. We voorzien ruimte om te ondernemen in eerste instantie door het activeren van slapende terreinen, economische reconversie en herbenutting van verlaten of onderbenutte bedrijfsruimten en terreinen.
De Vlaamse Regering zet in samenwerking met de havens alle noodzakelijke stappen voor de ontwikkeling van ontwikkelbare terreinen op de havenplatformen.
We zorgen ervoor dat innovatie echt kan groeien en uitgetest kan worden door een breder gebruik van het concept regelluwe zones en van experimentenwetgeving.
Samen met de sociale partners evalueren we de bestaande instrumenten en werken we een strategie uit om een doorbraak te realiseren inzake werkbare en inclusieve werkvloeren om zo de werkbaarheid van onze jobs te verhogen:
Via de sectorconvenanten krijgen de paritaire sectororganisaties de opdracht om een specifieke aanpak voor hun sector uit te werken en te realiseren. We voorzien daarbij 100% resultaatsfinanciering.
We versterken het zogenaamde ‘concentrische model’ van arbeidsbemiddeling.
In de eerste plaats ligt daarbij de nadruk op het activeren van de interne arbeidsreserve in Vlaanderen. Vervolgens activeren we werkzoekenden uit de ons omliggende regio’s. We sluiten daarvoor een nieuw samenwerkingsakkoord tussen de VDAB, Actiris en Forem, met de nodige gegevensdeling en met als ambitieuze doelstelling een groeipad van het aantal succesvol geplaatste Waalse en Brusselse werkzoekenden naar openstaande vacatures in Vlaanderen.
Als sluitstuk doen we beroep op arbeidsmigratie van buiten de EU voor hooggeschoolden en voor een dynamische lijst van middengeschoolde knelpuntberoepen die regelmatig aangepast wordt aan de nieuwe evoluties en knelpunten op onze arbeidsmarkt.
We maken het kanaal van arbeidsmigratie via een gecombineerde vergunning aantrekkelijker dan het fraudegevoelige kanaal van detachering via onderaanneming.
In uitvoering van de kaderovereenkomst Zero-Emissie Stadslogistiek rond zero-emissiezones voor stadslogistiek bieden we steden en gemeenten de nodige handvatten om daarmee aan de slag te gaan.
We gaan in overleg met de binnenvaartsector en evalueren het gevoerde beleid uit het verleden om te kijken wat er nodig is om het aandeel van de binnenvaart in het goederenvervoer te doen stijgen.
We gebruiken de Vlaamse bevoegdheden om in combinatie met het federale beleid de total cost of ownership tegen 2029 aantrekkelijk te maken voor nieuwe emissievrije voertuigen ten opzichte van nieuwe voertuigen met een fossiele verbrandingsmotor. De invoering van ETS2 en de taxshift zullen daar een positieve invloed op hebben.
We ondersteunen gericht de verdere uitrol van elektrische laadpunten voor elektrische wagens en goederenvervoer, waarbij we vooral mogelijke drempels wegwerken waarna de markt zich hier autonoom kan ontwikkelen met aandacht voor de uitrol in appartementsgebouwen, voor het potentieel van slim laden en voor specifieke doeleinden zoals deelmobiliteit, taxi’s en logistieke spelers. We waken over voldoende capaciteit op het elektriciteitsnet. Voor de scheepvaart faciliteren we walstroom verder.
Bij de start van de legislatuur zullen de belangrijkste maatregelen in het Vlaams Energie- en Klimaatplan worden geëvalueerd om na te gaan of de beoogde emissiereducties realistisch zijn en op het goede spoor zitten richting 2030. Als dat niet het geval zou zijn, worden er maatregelen toegevoegd of versterkt.
Bij elke bijkomende klimaatmaatregel die voorgesteld wordt, zullen de kosten en baten van die maatregel op termijn afgewogen worden tegen de impact op de uitstoot, de betaalbaarheid voor de burgers en de concurrentiekracht van onze ondernemingen.
De Vlaamse beleidskosten in de elektriciteitsfactuur worden geleidelijk verschoven naar fossiele brandstoffen voor de verwarming bij burgers en ondernemingen, rekening houdend met federale initiatieven op dit vlak.
We behouden de renovatieplicht voor niet-residentiële gebouwen en koppelen daar een ambitieus groeipad aan richting 2050. Momenteel is er voor grote niet-residentiële gebouwen alleen een EPC-labelverplichting van label E tegen 2030 en een klimaatneutrale doelstelling tegen 2050 voorzien. Na het in kaart brengen van de stand van zaken van de EPC-labels van grote niet-residentiële gebouwen, wordt een traject richting 2050 voor grote niet-residentiële gebouwen opgesteld.
We behouden de verplichting voor grote elektriciteitsafnemers om zonnepanelen te installeren en onderzoeken of we die verplichting kunnen verbreden naar een grotere doelgroep, altijd maximaal in functie van het lokale verbruik.
We voorzien een verderzetting van de premie voor asbestverwijdering voor niet-verwarmde niet-residentiële gebouwen in combinatie met de plaatsing van zonnepanelen.
We behouden de sloop- en heropbouwpremie voor het volledige Vlaamse grondgebied voor
investeringen die niet in aanmerking komen voor het federale verlaagde btw-tarief. We vragen aan de federale overheid een veralgemeend btw-tarief van 6% bij sloop- en heropbouw in het kader van het klimaatbeleid en om betaalbaar wonen te ondersteunen.We zetten in op de vereenvoudiging van de procedures om ervoor te zorgen dat de gemiddelde doorlooptijd van een standaarddossier voor de Raad voor Vergunningsbetwistingen nog verder wordt ingekort van 1 jaar naar 9 maanden, uiteraard met de nodige aandacht voor het behoud van kwalitatieve en consequente rechtspraak en zonder de toegang tot de rechter te beperken.
We gaan voor een verbeterde samenwerking tussen de federale regering en de deelstaatregeringen.
Vlaanderen is pleitbezorger van een strenge Europese aanpak tegen sociale dumping en tegen deloyale concurrentie vanwege derde landen op onze interne Europese markt.
Dat wil zeggen dat alle producten die ingevoerd worden in de EU moeten voldoen aan dezelfde normen voor voedselveiligheid, productnormering, dierenwelzijn, arbeidsvoorwaarden, enzovoort als die van Europese producenten.
De EU moet bijgevolg de inspanningen opdrijven om bijkomende afzetmarkten én aanvoerlijnen voor onze bedrijven te ontsluiten, zodat we ook onze strategische afhankelijkheid verminderen en de Europese concurrentiepositie en competitiviteit versterken.
We willen kritieke grondstoffen duurzaam aanboren in Europa, terwijl we tegelijk voluit inzetten op de (circulaire) maakindustrie en recyclage. Binnen dat kader zetten we ook in Vlaanderen volop in op veerkracht, onze strategische sectoren en het vrijwaren van onze (kennis)economie.
De Vlaamse Regering gaat voor een efficiënte exportcontrole die focust op de reële dreigingen en een gelijk speelveld voor Vlaamse bedrijven en kennisinstellingen creëert. Meer dan ooit is ons referentiekader Europees.
Omwille van de huidige verzekeringsmarkt die het moeilijk maakt om bepaalde risico’s tegen aantrekkelijke premies te verzekeren, onderzoeken we of alternatieve instrumenten voor de dekking van sommige risico’s een interessante manier zijn om die risico’s te beheersen.
In samenwerking met de minister van Omgeving wordt er ingespeeld op de behoefte om drugs sneller te kunnen vernietigen. De gecreëerde Fast Lane bij de verbrandingsoven wordt behouden en er wordt verder ingezet op het onderzoek tot de chemische degradatie van drugs.
Volledige regeeerakkoord
Het volledige regeerakkoord kan u hier raadplegen.