Vlaamse Begrotingsopmaak 2024 onthult laatste prioriteiten minister Demir
In het kader van de begrotingsopmaak 2024 moet iedere minister aangeven wat de prioriteiten zullen zijn in de verschillende beleidsdomeinen het komende jaar. Hieronder maken we een selectie van de meest relevante elementen voor onze sector binnen het kader van de bevoegdheden van minister Demir. Voor het volledige document kan u terecht op de website van de Vlaamse regering. Dit zijn enkele prioriteiten voor 2024:
Het Steunpunt CE-Center [zal] verder inzetten op de versterking van de CE Monitor en werkt [...] mee aan inzichten rond materialenstromen, circulaire businessmodellen, gedragsinzichten en juridische knelpunten.
Ik zorg ervoor dat we vanuit Vlaanderen partnerschappen ontwikkelen om een aantal belangrijke dossiers (kaderrichtlijn afval, bodemrichtlijn, ...) die voor deze legislatuur nog op de Europese tafel liggen mee vorm te geven. Via de bijdrage aan de Belgische raadsconclusies CE blik ik al vooruit naar de volgende Europese beleidsperiode en spoor ik Europa aan om een ambitieus beleid te ontwikkelen rond de circulaire economie.
Vlaanderen neemt de coördinatie op zich van een Conferentie CE, in het kader van het Belgisch Voorzitterschap.
Ik stimuleer bij de bouwsector een drastische ommezwaai naar materiaalbewust en veranderingsgericht (ver)bouwen via het preventieprogramma ‘Op weg naar Circulair Bouwen’. Tegen 2030 wil ik 95% van de steenachtige en 70% van de niet-steenachtige materialen uit bouwwerken hergebruiken of recycleren. Daarvoor treedt vanaf 1 april 2024 een nieuw kader voor de sortering van bouw- en sloopafval op de werf in werking.
Ik bespreek met de betrokken stakeholders hoe we de sorteerregels voor een betere recycleerbaarheid van houtafval in de praktijk uitrollen. Ik faciliteer waar mogelijk het gebruik van natuurbeheerresten als circulaire, biogebaseerde bouwmateriaal, of als alternatief voor veen in potgrondproductie, in uitvoering van de overeenkomst tussen de OVAM en de potgrondproducenten.
Ik werk in 2024 een gedragen wetgevend voorstel uit voor de aanpassing van het normenkader voor afvalstoffen die worden gebruikt in of als bodemverbeteraar/ meststof. Daarbij wordt de toetsingswaarde voor PFAS in deze afvalstoffen herzien en meegenomen als norm in dit wetgevend voorstel.
Inzake de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid (UPV) kan het uitvoerend werk voorbereid worden met een uitvoerend ISA voor de stromen AEEA, afvalolie en matrassen. Voor de stroom textiel zet ik in 2024 eveneens het voorbereidend werk richting een uitvoerend ISA verder, daarbij rekening houdend met het herzieningsvoorstel voor de Kaderrichtlijn Afval dat eveneens een UPV textiel invoert.
In uitvoering van de SUP richtlijn bereid ik de invoering van de UPV Vistuig voor tegen 1 januari 2025 en sluit ik in 2024 een aanvaardingsplichtconvenant af met de betrokken sectoren.
De proefprojecten met betrekking tot de invoering van een digitaal statiegeldsysteem volgen we verder op, evenals de evoluties in de ons omringende landen conform de conceptnota van 23 december 2022.
Samen met private partners en lokale besturen blijf ik in 2024 het actieplan Kunststoffen uitvoeren, met onder meer financiering vanuit het LIFE-project C-MARTLIFE. Focuspunten voor 2024 zijn de afzet van kunststofrecyclaten stimuleren, zorgwekkende stoffen en microplastics en pelletverliezen.
Ik zet ook in op de uitvoering van een project rond zorgwekkende stoffen dat nagaat hoe veilige materiaalkringlopen kunnen worden gerealiseerd. In 2024 zet ik de meetcampagne voor het bepalen van zorgwekkende stoffen in afvalstromen (zoals kunststoffen, textiel, rubbers...) verder. Dit moet resulteren in een voorstel voor wettelijk kader rond beheer van afvalstoffen met zorgwekkende stoffen.
Bijkomend moet het bedrijfsrestafval dalen met 30% tegen 2030 ten opzichte van de periode 2018-2020. Ik intensifieer hiervoor de controle op de regels voor inzameling van restafval bij bedrijven én de controles op bronsortering. Ik bereid de invoering van gewichtsdiftarisering op bedrijfsafval voor, met verplichting vanaf 2025.
Het afvalaanbod in de regio, de bezettingsgraad van de installatie en het potentieel om de geproduceerde energie maximaal (en zo hoogwaardig mogelijk) af te zetten in de onmiddellijke omgeving van de installatie zijn belangrijke criteria, die reeds in kaart werden gebracht in de Dynamische EnergieAtlas. Daarnaast moet ook rekening gehouden worden met een aantal nevencriteria, bijv. de ligging t.o.v. de CO2-backbone (of eventuele lokale CCU/CCS mogelijkheden), de mobiliteitsaspecten en de milieu- en energieperformantie van de installatie.
Het relanceplan Vlaamse Veerkracht voorziet hiertoe in VV070 de stapsgewijze uitbouw van MATIS (Materialeninformatiesysteem).Na de ontwikkeling van modules voor het opvragen van gegevens bij lokale besturen, IHM’s en verwerkers, zet ik in 2024 in op het ontsluiten van de ingezamelde gegevens naar de betrokkenen en automatiseer ik de kwaliteitscontrole van de gegevens.
Voor digitale identificatieformulieren ligt de focus in 2024 op het beschikken over voldoende systemen die deze digitale formulieren kunnen afleveren en de interoperabiliteit tussen de systemen. Ik bekijk hoe we met de ingezamelde gegevens de handhaving kunnen verbeteren of efficiënter laten verlopen, met respect voor de vertrouwelijkheid van persoonsgegevens en commerciële gegevens.
Voor verpakkingen voert de Vlaamse regering alle afspraken in het Verpakkingsplan 2.0 uit. Tegen 2025 moeten alle verpakkingen die op de markt komen herbruikbaar, recycleerbaar of composteerbaar zijn.
Samen met de betrokken sectoren wordt een traject gestart om de milieuheffingen te optimaliseren en te vereenvoudigen waar mogelijk. De afvalverwerkingscapaciteit in Vlaanderen stemmen we af op maat van de circulaire economie. Een circulaire economie betekent dat Vlaanderen zich moet voorbereiden op een gefaseerde afbouw van afvalverbranding.