Vlaamse milieuheffing afvalverbranding - Geen advies SERV of Minaraad
Na talloze pogingen om tot een consensus te komen over het Vlaamse programmadecreet begroting 2022 en de daarin vervatte verhoging van de milieuheffing op (mee)verbranding van bedrijfsafval blijken de vakbonden hun veto te stellen. Via Voka hebben we 72 uur lang getrokken en gesleurd om tot een consensus te komen, maar dat bleek onmogelijk. Dat leidt ertoe dat er geen advies zal verzonden worden door de SERV of de Minaraad over deze fundamentele decreetswijziging. De blokkerende positie van de vakbonden is verrassend, want het is uitzonderlijk dat de SERV geen advies kan uitbrengen.
De werkgevers zullen nu een eenzijdig advies doorsturen met onze boodschappen:
Geen discriminatie huishoudelijk/bedrijfsafval
Verhogingen kunnen enkel in overleg en op geleidelijke wijze
Geen discriminatie tussen gewesten
De bijkomende middelen moeten geïnvesteerd worden in bijkomende recyclage
Zo'n eenzijdig advies heeft wel veel minder impact dan een advies van de SERV of Minaraad.
Wat heeft geleid tot deze weigering van de vakbonden? Eerst stelden ze dat de VITO-studie waarnaar verwezen wordt in de memorie van toelichting aangaf dat huishoudens minder gevoelig zijn voor de prijswijzigingen en het dus geen effect zou hebben. Omdat we via de OVAM over de volledige studie beschikken (link) hebben we dit kunnen weerleggen want de studie stelt letterlijk dat een verhoging van het tarief voor huishoudens een "onvoldoende, maar noodzakelijke voorwaarde" is om de doelstelling van 100 kg restafval/inwoner in 2030 te bereiken. Daarna heeft men echter het geweer van schouder veranderd en was het plots onmogelijk om te pleiten voor een belastingsverhoging voor huishoudens gelet op de stijgende prijzen voor energie, verwarming en basisproducten. Meer argumenten, o.a. op basis van de VITO-studie, bleken niet welkom en daardoor is besloten dat er geen advies kan komen.
Volgende stappen
Gelet op het gebrek aan advies van de SERV en Minaraad zal het ontwerpdecreet al gauw kunnen goedgekeurd worden door de Vlaamse regering en vervolgens voorgelegd worden aan het Vlaams Parlement. Onze actie zal zich dan waarschijnlijk ook voornamelijk op de parlementsleden moeten toespitsen om de bevoegde minister minstens te laten antwoorden op een aantal kritische vragen.