Waarborgen van de voorzieningszekerheid van secundaire en kritieke grondstoffen in de EU: FutuRaM
FutuRaM ("Furthering the Uptake of Secondary Raw Materials”) is een onderzoeks- en innovatieproject dat wordt gefinancierd door het kaderprogramma Horizon Europe van de Europese Unie en dat tot doel heeft de bevoorrading van secundaire en kritieke grondstoffen (2RM/CRM) binnen de EU veilig te stellen. Het project is in mei 2026 officieel afgerond en omvat een uitgebreide evaluatie van de kritieke grondstoffen in Europese afvalstromen. Daarbij werden 42 kritieke elementen geanalyseerd, verdeeld over zeven verschillende afvalstromen in heel Europa: batterijen, elektrische en elektronische apparatuur, voertuigen, mijnbouw, slakken en as, en bouw- en sloopafval (inclusief windturbines).
In het kader van het project zijn een methodologie, een rapportagestructuur en richtlijnen opgesteld om de kennisbasis over grondstoffen tegen 2050 te verbeteren. Het project integreert gegevens over secundaire grondstoffen (2RM) en kritieke grondstoffen (CRM) om de huidige voorraden en stromen daarvan te modelleren, rekening houdend met economische, technologische, geopolitieke, regelgevende, sociale en milieufactoren.
Een centraal methodologisch element is het gebruik van het classificatiekader van de Verenigde Naties voor hulpbronnen (UNFC), dat oorspronkelijk was ontworpen voor primaire delfstoffen. SARA4UNFC is de digitale tool die door FutuRaM is ontwikkeld om de toepassing van het UNFC-kader op projecten voor de verwerking van secundaire grondstoffen operationeel te maken. Het vervangt een aanpak met spreadsheets en omvangrijke rapporten door een gestructureerd en begeleid traject: de gebruiker selecteert de ontwikkelingsfase van zijn project, waarna de tool de projectinformatie, de gehanteerde aannames en de resultaten van de beoordeling op een samenhangende, traceerbare en reproduceerbare manier vastlegt.
Uit het onderzoek van FutuRaM blijkt dat Europa met een verbeterd terugwinningssysteem tegen 2050 jaarlijks tussen de 4,1 en 5,7 miljoen ton kritieke grondstoffen zou kunnen terugwinnen, met een vervangingspotentieel van maximaal 56% van de invoer van primaire grondstoffen in een scenario van een circulaire economie.
Dit resultaat is opgebouwd rond drie toekomstscenario’s die in het project worden genoemd: business as usual, recycleerbaarheid en circulariteit.
De gemiddelde conversieratio "geproduceerd afval → secundaire grondstof“ bedroeg in 2022 65% (alle CRM’s samen), een cijfer dat grote verschillen verhult: vanadium, niobium, silicium, platina en rhodium vertonen verhoudingen van meer dan 80%, terwijl lanthaan en lithium onder de 10% blijven (aangezien lithium uit batterijen in Europa op dit moment niet op een economisch haalbare manier wordt teruggewonnen).
Ook de oprichting van het platform Urban Mine is het vermelden waard. Dit biedt een nieuwe manier om de beschikbaarheid en terugwinbaarheid van secundaire en kritieke grondstoffen in Europa in kaart te brengen, waarbij de zeven hierboven genoemde afvalstromen worden bestreken met gestructureerde gegevens en prognoses tot 2050.
Hieronder volgt een voorbeeld voor fotovoltaïsche panelen (AEEA) in België met een "Recovery“-scenario (recycleerbaarheid).
Het Urban Mine-platform biedt talrijke zoekopties (bv.: FFrankrijk + e-bikes + oplaadbare lithiumbatterijen + grafiet + koolstof; Duitsland + batterij-elektrische voertuigen + batterijbeheersysteem in EV + tractiemotor – permanente magneet + niet nader gespecificeerde materialen + koper + neodymium + zilver; enz.), en biedt bovendien verschillende vergelijkingen en weergaven (factsheets, charts, Sankey).
Het eindrapport van FutuRaM bevat zeven aanbevelingen, waarvan een aantal rechtstreeks aansluiten bij de standpunten die de recyclagesector al verdedigt:
Een geharmoniseerd kader voor rapportage en classificatie van secundaire grondstoffen op EU27+4-niveau (IJsland, Noorwegen, Zwitserland, het Verenigd Koninkrijk), gebaseerd op het Urban Mine Platform.
Institutionele verankering van het Urban Mine Platform als permanente Europese digitale infrastructuur, die interoperabel is met het RMIS, het EGDI, het digitale productpaspoort en de UPV-systemen.
De Europese verwerkingsnormen (EN 50625, EN 50614 voor AEEA) bindend maken door ze in het Publicatieblad van de EU te publiceren en het UNFC-kader, aangepast aan antropogene hulpbronnen, algemeen in te voeren.
Uitbreiding van de rapportageverplichting naar alle actoren in de waardeketen (logistiek, herverpakkers, demonteerders, makelaars, online marktplaatsen) waarbij verder wordt gekeken dan alleen het kader van de producentenverantwoordelijkheid (UPV).
Versterking van de controles en de bestrijding van illegale stromen, met expliciet genoemde concrete voorstellen: een verbod op contante transacties voor schroothandelaren op EU-niveau, verduidelijkte verplichtingen tot kosteloze terugname en nieuwe douanecodes voor de traceerbaarheid van afval.
Integratie van langetermijnscenario’s in industriële strategieën en de implementatie van de CRM Act.
Investeringen in bewustwording, vaardigheden en recyclagecapaciteit, wat als een noodzakelijke voorwaarde wordt beschouwd om het circulaire scenario (56% vervanging) te realiseren.