Elektrisch en elektronisch afval: wie is verantwoordelijk om het inzamelpercentage van 65% te behalen?
Europa verplicht de lidstaten om tegen 2019 minstens 65% van het elektrisch en elektronisch afval (AEEA) op de markt in te zamelen. Vandaag haalt België zo'n 50%. Wie gaat het gat dichtrijden? De meningen van de Gewesten zijn verdeeld.
Vlaanderen
Vlaanderen heeft ervoor gekozen om de Europese logica te volgen: het zal zelf de rapportage organiseren om een inzamelpercentage van 65% te kunnen bewijzen. Recupel zal bovendien maar gedeeltelijk bijdragen, namelijk zo'n 45%. Daardoor rust er heel wat druk op de schouders van alle actieve operatoren om hun inzamelingen binnen BEWEEE te declareren (zie ander artikel).
Brussel en Wallonië
Brussel en Wallonië volgen een andere logica. Daar moeten de producenten zichzelf organiseren. Daarmee volgen de twee gewesten het voorbeeld van landen zoals Frankrijk en Nederland. Bijgevolg zal Recupel zijn netwerken moeten uitbreiden en een nieuwe aanpak met inzamelaars en schroothandelaars moeten ontwikkelen om de doelstelling van 65% inzameling te bereiken. In Frankrijk heeft ECO-SYSTEME (een van de Franse tegenhangers van Recupel) afspraken gemaakt met operatoren om de extra kosten te vergoeden. Recupel wil dit echter absoluut niet overwegen in Belgïe.
Producentenverantwoordelijkheid brokkelt af
Meer dan ooit is de essentiële vraag of de verantwoordelijkheid exclusief of verdeeld zal zijn. Op dit punt is België verdeeld.
Onze sector maakt zich vooral zorgen over het feit dat het hoofdprincipe van producentenverantwoordelijkheid (we hebben het hier over producent!) geleidelijk afbrokkelt door de verantwoordelijkheid te verdelen. De AEEA-jurisprudentie zal overal gelden (verpakkingen, batterijen...). Als de producent op termijn niet langer de enige verantwoordelijke is en dus niet langer financieel zal bijdragen om de doelstellingen te bereiken, zullen de samenleving en de industriële klanten een deel van de kosten moeten betalen.